1

Hynckes, Raoul – De vrienden van middernacht

Arbeiderspers Privédomein 24 1973, 149 pagina’s

Op een zonnige zaterdag in Bredevoort gevonden, deze oude uitgave van AP. En voor wie de magisch realisten een bijzondere aantrekkingskracht hebben, kan dit boekwerkje niet onaangeroerd blijven.
Hynckes overleed op 80-jarige leeftijd vlak voordat dit boek zou worden gepubliceerd. Het zijn autobiografische schetsen die vrijwel zonder redigerend ingrijpen zijn gepubliceerd. Voor Hynckes was de actualiteit nauwelijks aanleiding tot zijn overpeinzingen. Dat is in zoverre jammer dat er geen enkel licht geworpen wordt op de beide wereldoorlogen die deze schilder meegemaakt heeft. Hoe heeft hij die periodes ervaren, hoe is hij ze doorgekomen, waarvan leefde hij? Was hij aangesloten bij de Kulturkammer, waar exposeerde hij, mocht hij wel exposeren en zo niet, hoe voorzag hij dan in zijn levensonderhoud? We komen er niets over te weten.
Hynckes – Belg van geboorte maar een groot deel van zijn leven woonachtig in Nederland – behoorde tot de schilders die werden aangeduid als de magisch realisten en was meer of minder bevriend met collega schilders als Pyke Koch, Carel Willink, Dick Ket, Fernhout, en zo voorts.

Aanvankelijk schilderde Hynckes vooral stillevens in een donkere toon. Later is hij meer naar de natuur gaan schilderen, vooral dorpsgezichten en landschappen. Werk van hem is te zien in het Frisia Museum dat zich vooral specialiseert in de magisch realisten maar ook in Museum Kröller Müller dat inmiddels net als het Gemeentemuseum Arnhem een respectabele verzameling magisch realisten heeft opgebouwd.
De vragen naar het feitelijke leven van Hynckes intrigeren juist daarom omdat hij, weliswaar behorend tot de magisch realisten, toch in de schaduw van de grote schilders als Carel Willink en Dick Ket leek te opereren. Afin, we zullen sommige vragen dus nimmer beantwoord zien. Keren we terug naar de autobiografisch e schetsen van Hynckes, dan moeten we vaststellen dat hij mag worden gezien als een bescheiden en innemend mens. Zijn autobiografische schetsen ontstijgen de anekdote niet en zijn boek staat vol met merendeels zeer vermakelijke anekdotes.

Hynckes is niet de man van het grote verband, het grote gebaar; noch in zijn schilderen, noch in zijn schrijven. Maar ik zie zijn schilderijen desondanks graag zoals ook zijn anekdotes heel aanstekelijk, soms zelfs ontroerend zijn. Ik zou meer willen weten dan nu nog te achterhalen is en dus moeten we het doen met zijn anekdotes en zijn her en der nog te bewonderen doeken. Het zij zo.

Enno Nuy
September 2005