De bezige bij, 334 pagina´s

 

Stefan Hertmans kreeg van zijn opa enkele schriftjes met diens herinneringen aan de Grote Oorlog. Die schriftjes en zijn eigen herinneringen aan de vader van zijn moeder leidden uiteindelijk tot deze ode aan een grootvader. Of eigenlijk schreef Hertmans een familiekroniek want ook zijn overgrootouders komen ruim aan bod in dit ontroerend en groots geschreven boek. Want dit laatste is ontegenzeglijk het geval, Hertmans schrijft prachtig, getuige waarvan een zin als deze: Vergroeid met elkaar als twee oude bomen die decennia door elkaars kruinen heen hebben moeten groeien omwille van het schaars bevochten licht, leefden ze hun eenvoudige dagen, alleen doorbroken door de frivool aandoende vrolijkheid van hun dochter, hun enig kind.

Hertmans merkt – terecht – op dat er een verschil is tussen de manier waarop wij onze ouders en grootouders waarderen: Is het de afwezigheid van de strijd der generaties, die we met onze ouders wel voeren? In de kloof die gaapt tussen ons en hen, zit het gevecht om onze ingebeelde eigenheid, en de afstand in tijd maakt dat we de illusie koesteren dat daar een grotere waarheid schuilt dan in wat we van onze eigen ouders weten. En zo gaat de schrijver op reis in het leven van zijn groot- en overgrootouders en het leven dat zij leidden rond de vorige eeuwwisseling in Vlaanderen. Werkelijk prachtig is de geschiedenis van de frescoschilder Fransiscus en Céline en daaruit voortvloeiend het levensverhaal van hun zoon Urbain en zijn  Gabrielle. Om pas aan het einde van deze vertelling de werkelijke liefde en passie van zijn grootvader te ontdekken.

Er is veel aan ons verloren gegaan, dat is het overheersende gevoel wanneer ik deze Urbain leer kennen. Lees de aandoenlijke en misschien wel daardoor indrukwekkende brief die Urbain aan zij Gabrielle schrijft. Niet zozeer de woorden die hij wel gebruikte als al die woorden die hij niet nodig had maken van deze brief een monument van berusting en genegenheid. Prachtig en liefdevol, bijna sensueel is de scene waarin Urbain zich staande voor de spiegel met het mes scheert en opeens merkt dat zijn moeder zwijgend achter hem staat en hem in de spiegel gadeslaat. Dan bezoekt Urbain met een kameraad het abattoir in Gent en is daar getuige van taferelen die hem later op het slagveld in een onvoorstelbare en eindeloze hel doen belanden. Hertmans laat zijn grootvader zelf aan het woord als deze schrijft over het sterfbed van zijn vader, hartverscheurend en ontroerend.

Dan komt de oorlog aan bod, de Grote Oorlog. Hertmans laat hier zijn grootvader zelf aan het woord. Deze uitgebreide passages doen me sterk denken aan Ernst Jünger in Oorlogsroes. Wij kunnen ons nauwelijks een voorstelling maken van die slachtpartij die niets meer van doen had met de klassieke strijd tussen twee legers. Voor het eerst kwamen soldaten tegenover dodelijke machines te staan en alsof dat nog niet genoeg was werden er tal van gifgassen ingezet. Opmerkelijk zijn de passages waarin Urbain schrijft over de stuitende en vernederende minachting die veel Waalse officieren voor de Vlaamse soldaten hadden. En even opmerkelijk is het gegeven dat van hogerhand geregeld alcohol werd uitgedeeld (dat wil zeggen heimelijk ter beschikking gesteld) om de soldaten met zo weinig mogelijk angst de dood tegemoet te jagen.

Hertmans schrijft over deze episode: In de drek van de loopgraven, in de wolken dodelijk mosterdgas en de sadistische wraakacties tegen de weerloze bevolking die de Duitsers overal op touw hadden gezet, ging een stuk ouderwetse humaniteit verloren, en toen een vreedzame Duitse schrijver tijdens de oorlogen op de Balkan aan het einde van diezelfde eeuw opmerkte dat de gewelddaden zo gruwelijk waren geworden omdat de krijgsmoraal geen eer meer kende, omdat er geen human respect voor de vijand meer bestond, omdat het gevecht geen stijl- en vormbesef meer kende, liet hij daarmee maar een topje van het stijlbesef zien dat Europa had verloren. De pers maakte de schrijver af: men beweerde dat hij aan foute nostalgieën leed.

Een ongekend fraai boek, dit Oorlog en terpentijn. De titel verwijst naar  de tragiek dat een man die het liefste zou hebben geschilderd, terecht kwam in een inferno op een volkomen waanzinnig slagveld, door vrijwel iedereen enthousiast verwelkomd om al gauw te ontdekken dat de mensheid een fatale vergissing had begaan. Ik zou de schilderijen van Urbain graag zien. Maar we zullen het, schrale troost, moeten doen met de beschrijvingen van Stefan Hertmans, een begenadigd schrijver. Wat een schitterend boek heeft hij geschreven!

 

Enno Nuy

februari 2015