Prometheus, 286 pagina’s

 

Heivoll wordt gezien als een van de belangrijkste hedendaagse schrijvers in Noorwegen. Voordat ik brand is een intrigerende roman naar aanleiding van gebeurtenissen die daadwerkelijk hebben plaatsgevonden: een brandstichter zaait onrust en verontrusting eind jaren zeventig van de vorige eeuw in een kleine gemeenschap niet ver van Kristianszand.

De schrijver wordt juist op de dag van de eerste brand gedoopt en neemt het later op zich die sinistere geschiedenis van de brandstichter en de gevolgen van zijn handelen op te tekenen. Al snel wordt duidelijk wie achter de brandstichter schuil gaat, je voelt de ontmaskering als het ware aankomen. Het duurt dan nog geruime tijd voordat de dader daadwerkelijk gearresteerd en berecht wordt.

Heivoll blijkt een begenadigd schrijver. Met name de portretten van de slachtoffers van de branden zijn zonder uitzondering indrukwekkend, ontroerend zelfs. Prachtig om te lezen. En ook de ontwikkeling van de plot wordt in fraai proza beschreven.

Moeilijker is het tot een oordeel te komen over de beide hoofdpersonen van deze roman: de brandstichter en de schrijver zelf. We komen uiteindelijk weinig te weten over de drijfveren van de brandstichter. We nemen waar, door het lezen van de roman, dat hij branden sticht en ander irrationeel gedrag vertoont maar vrijwel alles wat ons zou helpen iets van zijn gedrag te begrijpen blijft in het ongewisse. Daar weet de schrijver geen vinger op te leggen. Er is iets indringends of misschien wel erger gebeurd tijdens de militaire dienst van de brandstichter maar we komen er niet achter wat dat dan geweest zou kunnen zijn. Of er een reden is waarom bepaalde woningen wel en andere niet getroffen worden? We weten het niet. Nergens komen we in de buurt van een antwoord.

Dat geld ook voor de schrijver zelf die ons toeschouwer maakt van zijn eigen persoonlijke ontwikkeling, sinds hij besloot schrijver te worden en het verhaal van de branden tot onderwerp van zijn boek te maken. Ook de schrijver begint, bijna sluipenderwijs, irrationeel gedrag te vertonen. De wijze waarop Heivoll dat beschrijft is weliswaar intrigerend maar ook hier worden we niet gewaar waarom hij dat gedrag gaat vertonen. Niet alleen blijkt hij er totaal geen invloed op uit te kunnen oefenen, evenmin is hij in staat zijn eigen handelen te ontrafelen.

Dat is wat Heivoll laat zien. Ogenschijnlijk is er niets aan de hand en kunnen mensen op lijken te groeien in redelijk gunstige omstandigheden en toch gaat er ergens onderweg iets fout. Waar en wanneer zich dat voltrekt laat zich vaak niet meer achterhalen. Vanaf zo’n moment of gebeurtenis lijkt de mens de regie over zijn eigen leven, op zich al moeilijk genoeg onder gunstige condities, volledig kwijt te raken. Wat resteert is waarneembaar irrationeel gedrag en zelfs dat is niet altijd of niet altijd direct te zien. Juist daardoor kan de brandstichter zo vaak toeslaan voordat zijn omgeving zich realiseert dat zijn gedrag aanleiding geeft tot achterdocht, tot onderzoek, tot een ontknoping. Maar een echte ontknoping zal het niet worden. De krankzinnige blijft een groot vraagteken, ook en vooral voor zichzelf.

Het is maar te hopen dat de schrijver niet dezelfde weg afloopt en dat hij zichzelf alleen voor deze roman ergens een verkeerde afslag heeft laten nemen. Want het zou jammer zijn als we hierna niet meer van hem als schrijver zouden vernemen.

 

Enno Nuy, augustus 2014