In dit boek wordt het verhaal verteld van de ouders van de Belgische magistraat Henri Heimans (1948), Genia (1908-2002) en zijn echtgenote Rie (1911-1989), beiden van Joodse komaf, beiden door de nazi’s geïnterneerd in concentratiekampen. De moeder in Ravensbrück, de vader in Breendonk en Auschwitz. Pas na de oorlog ontmoeten zij elkaar.

Hun ouders, Hegemy en Rosa, ontvluchtten destijds in 1908 Letland vanwege het toenemende antisemitisme maar al in 1914 verlaten ze hun nieuwe vaderland alweer uit angst voor de Duitsers die zich niets aantrokken van de Belgische weigering hen doorgang te verlenen naar het Franse front. Hegemy heette van achteren Heymann. In 1919 keren de Heymans terug naar Gent. Hegemy besluit de laatste n van zijn achternaam te schrappen. Na zijn plotselinge dood besluit zijn weduwe Rosa in 1928 zelfmoord te plegen. In 1935 trouwt Genia in Brussel met Yvonne, vraagt zijn geboorteakte in Letland op maar het Lets kent geen y en daar moeten alle namen eindigen op een s en zo heet Genia vanaf dat moment Heimans. Het huwelijk houdt geen stand. Ook in België doen zich antisemitische incidenten voor. Na tal van omzwervingen wordt Genia in 1942 door de Gestapo gearresteerd, ondervraagd en geïnterneerd in het Fort van Breendonk. Eind 1943 wordt Genia overgebracht naar Auschwitz.

Rie wordt in 1911 geboren uit het huwelijk tussen Adrianus Goethals en Johanna Cornelia Verhulst. Rie ontwikkelt zich tot violiste en treedt in 1937 in het huwelijk met de joodse kunstenaar Rudolf Schoenberg, die vooral in communistische kringen verkeert. Van meet af aan waren ze actief als antifascisten en vooral de opvang van joden die de nazi’s ontvluchtten. Steeds meer landen weigeren Joodse vluchtelingen op te nemen uit angst daarmee een rassenprobleem naar binnen te halen. Anti-Joodse rellen in Antwerpen, we schrijven 1939. De beide echtelieden zijn actief in het verzet tegen de Duitse bezetter. In april 1942 wordt Rie door de Duitsers gearresteerd en door hen gefolterd om de schuilplaats van haar man prijs te geven. Ze zwicht niet voor die druk. De Duitsers deporteren haar uiteindelijk naar Ravensbrück.

Schönberg zet zijn verzetsactiviteiten in de ondergrondse door en pleegde hij vele aanslagen tegen de Duitsers tot hij in mei 1944 werd opgepakt en zwaar werd gefolterd. Niemand die dan weet hoe het met hem afliep of hoe hij aan zijn einde kwam.

In de uitvoerige beschrijving van Ravensbrück is het hoofdstuk over medische experimenten schokkend vanwege de beestachtige wreedheid jegens de weerloze slachtoffers. Dit gedrag van artsen is alleen mogelijk onder de voorwaarde dat zij hun slachtoffers niet als mensen beschouwen maar het blijft toch iedere keer weer verbijsterend te lezen hoe academisch gevormde mensen zichzelf zo hebben kunnen laten perverteren. Na alle uitvoerig beschreven ontberingen, wreedheden en selecties breekt dan toch het einde van de oorlog aan en ook Ravensbrück wordt bevrijd.

Ondertussen ondergaat Genia tussen 1943 en 1945 soortgelijke vernederingen en wreedheden in Auschwitz. Hij en Rie zijn dan nog niet op de hoogte van elkaars bestaan. Ook Mengele komt voorbij. Opmerkelijk is dat op pagina 207 Filip Müller wel wordt genoemd, echter zonder enige verwijzing naar het boek dat hij over zijn werk in Auschwitz schreef: Sonderkommando. Op pagina 271 krijgt hij gelukkig alsnog zijn welverdiende voetnoot., zij het met een andere titel. In januari 1945 wordt Auschwitz door de Russen bevrijd. Genia maakt zich gereed voor een dodenmars.

In Ravensbrück komen de vrouwen, althans zij die nog leven, vrij als gevolg van de pogingen van Himmler om met de geallieerden tot een vergelijk te komen. Dat laatste zal overigens niet lukken en uiteindelijk wordt ook Himmler gearresteerd en voor het gerecht gebracht. Voordat hij zal worden geëxecuteerd slaagt hij er echter in zelfmoord te plegen.

Door tussenkomst van het Rode Kruis, dat zich tot dan toe schandalig inactief heeft getoond tegenover de nazi’s en daarmee ook tegenover hun slachtoffers, komt Rie na haar vertrek uit Ravensbrück in Zweden terecht.

De oorlog komt ten einde. Er werden ruim veertig miljoen mensen afgeslacht. Op 29 juni 1945 landt Rie eindelijk weer in België. Begin 1946 krijgt ze het bericht dat haar man Dolf door de Duitsers op 21 juli 1944 werd geëxecuteerd. Dat bericht lijkt Rie nooit meer te boven te komen. En zij, die eens zo sterke en moedige verzetsvrouw zal nooit meer de oude worden.

Terwijl de SS zoveel mogelijk bewijsmateriaal tracht te vernietigen, documenten worden verbrand en gaskamers en crematoria worden opgeblazen, gaan duizenden gevangenen, waaronder Genia, op meer dan bizarre dodenmarsen naar nergens. De eerste stop is het KZ Mauthausen. Voor Genia is de oorlog nog niet voorbij, hij wordt tewerkgesteld in het KZ Melk, onderdeel van Mauthausen. De omstandigheden waren echter iets milder dan in de voorgaande jaren. De oprukkende geallieerde troepen dwingen de SS-ers zich opnieuw te verplaatsen met hun gevangenen. Naar het kamp Ebensee, eveneens in Oostenrijk. Op 6 mei 1845 wordt KZ Melk door de Amerikanen bevrijd. Kort daarop keert Genia terug naar België, hij woog nog 39 kg en had geen naaste familie meer. Ronduit schokkend is het te lezen hoeveel moeite het Genia kostte om na zijn terugkeer erkend te worden als Belgische politiek gevangene.

In 1946 ontmoeten Genia en Rie elkaar voor het eerst, twee zwaar geraakte zielen na een onbeschrijfelijke barre tocht door nazi gruwelen. Op 13 januari 1948 wordt Henri geboren, één van de schrijvers van dit boek. Tot haar dood zal Rie steeds zwaarder lijden onder wat het KZ-syndroom is gaan heten en als je de beschrijvingen leest van alles wat zij heeft moeten doorstaan, kun je je nauwelijks voorstellen dat je daarna nog een normaal en gezond leven zou kunnen leiden. Dat anderen daar ogenschijnlijk minder last van hebben zegt weinig in dit verband. Zij hebben net iets meer geluk en kennelijk net dat beetje weerbaarheid dat hen in staat stelt het leven weer aan te kunnen.

Schrijnend is de veel te geringe aandacht in België voor verzetsmensen, van wie velen ondanks hun moed werden verraden, gemarteld en gedood. Meer dan vijftienduizend van hen overleefden de oorlog niet.

Het is onthutsend te lezen hoe het Duitse bedrijfsleven wegliep voor haar verantwoordelijkheid. Tot de dag van vandaag kan men niet beweren dat de grote Duitse ondernemingen, die op schandelijke wijze hebben geprofiteerd van de nazi’s en zich zonder meer schuldig maakten aan slavenarbeid, ook maar iets hebben teruggedaan voor de miljoenen slavenarbeiders in hun fabrieken. Nu hebben bedrijfsleven en moraliteit nog nooit een gelukkig huwelijk gevormd maar het gedrag van de grote Duitse ondernemingen is wel heel erg schrijnend en frustrerend.

Wat mij telkens weer frappeert is het volgende. Ik heb een behoorlijk uitgebreide WOII- bibliotheek en verdiep mij inmiddels al meer dan dertig jaar in de Holocaust. De verhalen in dit boek over Auschwitz en Ravensbrück kende ik al uitvoerig, ik las Charlotte Delbo en Primo Levi en nog veel meer auteurs. Toch moet ik die geschiedenissen herlezen, telkens weer. Zo ook in dit boek, het is alsof je die geschiedenis steeds weer opnieuw beleeft, voor onmogelijk houdt maar je vergist je, zie maar, hier staat het ook geschreven. Ik kijk naar de korte opnamen die de Duitse soldaat Reinhard Wiener maakte van de moord op Joodse gevangenen door de SS aan het strand van Liepaja in Letland. Al die beelden strijden met elkaar, kan het nog erger? Ja, telkens weer realiseer je je dat het nog erger kan. Ook dit filmpje van één minuut, opnames zonder geluid, slaat je met stomheid en afschuw, ongeloof ook. Wie na het zien van zulke beelden nog het lef heeft die werkelijkheid te bagatelliseren of zelfs ontkennen, die maakt geen deel meer uit van een beschaafde samenleving.

Daarom staan er in dit boek afschuwelijke foto’s, niet uit een vreemd soort voyeurisme maar om toch vooral duidelijk te maken: vergis u niet, dit was de werkelijkheid, dit is niet verzonnen, dit deden mensen mensen aan.

We zijn nu tachtig jaar verder, zelf ben ik geboren in 1950 en ik kan zonder enige terughoudendheid zeggen dat de Tweede Wereldoorlog en later de Holocaust een substantiële rol in mijn leven zijn gaan spelen. Toen ik er kennis mee maakte werd een barrière gesloopt. Ik begon dit onderwerp te bestuderen en het heeft me nooit meer losgelaten. Ik kan me niet herinneren dat er op mijn lagere school noch op het gymnasium dat ik bezocht ooit over deze periode les werd gegeven. Onvoorstelbaar nietwaar? En zoals Heimans en Verhofstad waarschuwen voor het Vlaams Belang en Schild & Vrienden, zo waarschuw ik al jaar en dag tegen Wilders en Baudet en die talloze andere uitingen van hedendaags rechts-extremisme. Maar het is tonggedruis. We kunnen de loop van de geschiedenis niet keren en we leven nu in een tijd dat het enthousiasme voor de democratie wereldwijd in een razend tempo afneemt. Ik blijf, tegen beter weten in, de woorden van Primo Levi herhalen : het is gebeurd en het kan dus weer gebeuren.

Heimans en Verhofstad schreven een voortreffelijk boek aan de hand van de persoonlijke geschiedenis van moedige mensen. De vader, een statenloze Rus, bleef tegen de verdrukking in fier overeind maar de moeder knakte op het moment dat ze bevrijd werd en het lot van haar geliefde echtgenoot vernam. We kunnen ons nauwelijks voorstellen hoe die vierenveertig jaren, die ze nog te gaan kreeg, voor haar voelden.

We leven in een tijd waarin wetenschap wordt gedefinieerd als ‘ook maar een mening’, een tijd waarin het onderbuikgevoel evenveel waarde wordt toegekend als een wetenschappelijk onderbouwd feit. We kunnen ons lam schrijven, zoals Heimans en Verhofstadt met dit indrukwekkende boek, maar is het meer dan paarlen voor de zwijnen? Zeg mij dat ik te pessimistisch ben.

 

Enno Nuy
Maart 2024