Guillou, Jan – De kop in het zand

Prometheus, 394 pagina’s

 

In dit vierde deel van de familiesaga Lauritzen (eerder verschenen al Bruggenbouwers, Dandy uit het noorden en Tussen rood en zwart) beschrijft Jan Guillou de periode 40 – 45. Uiterst interessant alleen al vanwege de specifieke positie van de Scandinavische landen en de Lauritzen broers ten opzichte van bijvoorbeeld Engeland en Duitsland. De twee oudste van de broers hadden een regelrechte hekel aan de Engelsen, die ze als een laf volk beschouwden dat hun oorlogen liet vechten door ingezetenen uit hun koloniën, meer specifiek uit India, en zich nimmer bekommerden om hun gesneuvelde soldaten in de Grote Oorlog. Sverre, de jongste van de drie, had ooit een liefdesrelatie met een Engelsman als gevolg waarvan hij vermoedelijk wat minder negatief over hen dacht.

Voor Lauritz en Oscar echter vertegenwoordigde Duitsland de beschaving zoals zij die hadden leren kennen tijdens hun scholing in het verre Dresden. Zij zagen Duitsland als een grootse natie, moesten niets hebben van de bruinhemden en hoopten dat Duitsland deze oorlog zou winnen opdat de status ante zou kunnen worden hersteld. Tegelijkertijd werd Noorwegen door de Duitsers bezet, bleef Zweden de gehele oorlog neutraal en trok Finland ten strijde tegen de Russen. Ook ontstonden er in de Scandinavische landen verschillende verzetsbewegingen met alle complicaties en verwikkelingen van dien. Verwikkelingen die ook de familie Lauritzen niet ongemoeid zouden laten. De oudste zoon diende als SS-er onder de Duitsers, de jongste zoon in dienst van de Zweedse marine, de oudste dochter was actief in het Noorse verzet en de jongste dochter werkzaam bij de Zweedse inlichtingendienst.

De journalist Jan Guillou weet deze periode helder te tekenen in wederom een prachtige roman die als een heuse page turner leest. In De kop in het zand gaat het uitsluitend om Lauritz, de oudste broer en familieoudste, de onbetwiste pater familias ook. Deze Lauritz leren we kennen als een in meerdere maar vooral politiek opzicht naïeve man. Als bomber Harris in februari 1945 uitgerekend het zo geliefde Dresden met de grond gelijk maakt – een stad die op geen enkele manier een militair belang vertegenwoordigde – wordt de grond onder de voeten van bruggenbouwer Lauritz weggetrokken. Als hij zich enkele maanden later voor het eerst realiseert dat die waanzinnige geruchten over het lot van de joden wel degelijk klopten en dat zijn geliefde Duitsland in staat en bereid was gebleken tot zulke ongekende wreedheden, stort zijn wereld definitief in en wordt hij met stormkracht een nachtmerrie ingezogen.

Guillou is misschien niet de grootste literator maar hij schreef wel prachtige boeken en dit is er een van. Ofschoon de centrale rol van Lauritz logisch is en verdedigbaar, is het toch jammer dat de beide andere broers geen enkele karakterontwikkeling meekrijgen in dit vierde deel. Ze waren tot leven gekomen in de eerder verschenen trilogie en komen er nu wat bekaaid van af. Maar dat neemt niet weg dat De kop in het zand een grootse roman is geworden.

 

Enno Nuy, juni 2015