Bezige Bij, 243 pagina´s

 

Frédéric Gros is hoogleraar filosofie aan een van de Parijse universiteiten en hij schreef een zeer lezenswaardige verhandeling over wandelen. Soms aan de hand van overpeinzingen over begrippen maar vooral – en dat zijn de meest interessante passages – in korte beschrijvingen van wandelende filosofen of dichters. En passant schotelt de schrijver ons korte levensbeschrijvingen voor van Nietzsche (wandelen is denken), Rousseau (wandelen als ademhaling van het landschap), Thoreau (wandelen als onthechting), De Nerval (het melancholische dolen), Rimbaud (wandelen als vlucht) en nog enkele anderen. Wandelen betekent naar buiten gaan en buiten is ruimte die de tijd neemt, aldus Gros. Door te wandelen kun je ontsnappen aan de obsessie van het ‘doen’. Je kunt tijdens het wandelen geen andere dingen doen, wandelen is ‘zijn’.

Er is een fraai hoofdstuk over de pelgrimages en een schitterend verhaal over de cynici die door slechts het absoluut noodzakelijke te accepteren een zwervend bestaan leidden, zonder grenzen, onthecht en daardoor vrij. Dezelfde onthechting waar Thoreau naar streefde, aangezien hij ervan overtuigd was dat je alleen langs die weg tot waarheid kon komen. Bijna aandoenlijk is de geschiedenis van Kant, die een buitengewoon gedisciplineerd leven leidde en elke dag, zonder uitzondering, dezelfde wandeling liep. Wandelen is te beschouwen als een eentonige bezigheid, men zet slechts de ene voet voor de andere en blijft dat maar herhalen. Regelmaat en onvermijdelijkheid zijn onlosmakelijke aspecten van het wandelen. En die onvermijdelijkheid maakte de lotsbestemming van de wil voelbaar die Nietzsche had gedefinieerd als vrijheid. Als je eenmaal wandelt is het onvermijdelijk dat je ergens aankomt en wanneer je te voet bent, kun je alleen maar wandelen om ergens aan te komen. Natuurlijk volgt een wandelen op een besluit om te gaan wandelen en zo leerden we de wil als lotsbestemming kennen. En fascinerend is het exposé over de zoutmars van Ghandi en vanzelfsprekend ontbreekt ook Wordsworth niet, de peetvader van het wandelen wellicht. Wordsworth wandelde ruim 300.000 kilometer tijdens zijn leven. Hij beschouwde de ervaring van het wandelen als rijkdom.

Kortom, een prachtig boekje, dit Wandelen van Gros, vertaald door Liesbeth van Nes en die heeft zich geweldig van die taak gekweten.

 

Enno Nuy

augustus 2013