De Bezige Bij, 243 pagina’s

In september 2006 overleed Joachim Fest, historicus en journalist. Internationale faam verwierf hij met zijn biografieën van Hitler en Speer. Speer, architect van grote plannen voor Germania, het megalomane ontwerp voor een megalomane hoofdstad van het Derde Rijk, vertrouweling van Hitler die zelf grote belangstelling koesterde voor bouwkunde en architectuur, was – zeker vergeleken met het alom bekende nationaal-socialistische rapaille – een gentleman en intellectueel die tevens jarenlang een ministerspost in de Duitse regering bekleedde, zich tegen het einde van de oorlog van Hitler afkeerde vanwege diens tactiek van de verbrande aarde en diens bereidheid het Duitse volk in zijn eigen ondergang mee te sleuren, zonder evenwel radicaal met hem te breken ook al zou hij bereid zijn geweest medewerking te verlenen aan een aanslag op den Führer. Fest, zelf nadrukkelijk in een anti nationaal-socialistische omgeving opgevoed en opgegroeid, heeft na diens vrijlating uit de Spandauer gevangenis in 1961 jarenlang met Speer gesprekken gevoerd, ter voorbereiding op de publicatie van Speer’s Erinnerungen.

In Onbeantwoordbare vragen geeft Fest inzicht in hoe die gesprekken verlopen zijn. Fascinerende lectuur over een man die onderdeel vormde van, direct deelnam aan een van de meest afschuwwekkende oorlogsmachinerieën ooit. Een man die zich nimmer direct of in persoon, met eigen handen schuldig maakte aan wangedrag of misdaden maar die op grond van zijn positie wel degelijk schuldig werd bevonden in de Neurenbergse processen. Speer was de enige van de nazi kopstukken die zichzelf verdedigde en zich vrij probeerde te pleiten, vooral tot walging van zijn strijdmakkers en andere kompanen, die hem sedertdien slechts als een verrader beschouwden.
Centraal in het relaas van Fest staat de vraag wat Speer wel of niet geweten heeft. Zijn belangrijkste verdedigingslinie is al die jaren lang de mantra geweest dat hij het niet geweten heeft. Dat hem niet bekend was wat het lot van de Joden was, dat hem nimmer duidelijk is geweest dat aan de Jodenvervolging en andere misdaden, specifiek beleid ten grondslag lag. Dat hij ondanks zijn hoge positie in de rangorde der machthebbers van al deze gruweldaden niet op de hoogte is geweest. Dat hij toch, misschien wel als enige, de Führer heeft duidelijk gemaakt de weg met hem niet af te willen lopen, dat hij zelfs overwogen had aan een aanslag medewerking te verlenen, dat hij zelf in persoon nooit direct betrokken is geweest bij enige wandaad en zo voorts.

Fest en diens uitgever hebben al die lange jaren vergeefs getracht Speer tot bekentenissen te brengen waaruit een veel directere wetenschap van de nazi praktijk zou blijken. Vooral door als een gestage druppel telkens weer op enkele centrale thema’s terug te komen, telkens weer die prangende vragen te stellen. Maar Speer gaf geen krimp en volhardde in zijn oorspronkelijke lezing van de feiten. En zo ontstonden de op schrift gestelde herinneringen van Albert Speer. Herinneringen waarin hij zichzelf gedoseerd beschuldigde, verwijten maakte, uitleg gaf, verantwoording aflegde maar zijn naoorlogse leven lang binnen het in Neurenberg gestelde verdedigingskader bleef: ik heb het niet geweten. De betrokkenheid van Fest gold in zekere zin als een sanctionering, werd gezien als een vorm van autorisatie. Hoe wrang moet het voor Fest geweest zijn dat pas na het overlijden van Speer in 1981 het bewijs beschikbaar kwam dat deze wel degelijk op de hoogte is geweest van de Jodenvervolging, de concentratiekampen en het daaraan ten grondslag liggende concrete beleid. Er zijn Fest ook
verwijten hieromtrent gemaakt; hij had het Speer moeilijker moeten maken, door moeten blijven vragen, moeten blijven spitten naar concreet bewijs. Kinnesinne lijkt me zo. Fest loopt niet weg voor het selectieve geheugen van Speer en diens onvermogen of onwil om met de volledige waarheid op de proppen te komen. Een verklaring voor het gedrag van Speer is alleen vanuit de psychologie te geven. En dat is meer dan 25 jaar na diens verscheiden geen eenvoudige zaak. Alle veronderstellingen daaromtrent zijn speculatief. Maar om Fest in deze kwestie van naïviteit of nalatigheid te beschuldigen, dat lijkt me onzinnig.

Tijdens het lezen van dit boek zag ik de verfilming van der Untergang, een ander werk van Joachim Fest waarin de laatste weken van Hitler in zijn Berlijnse bunker worden geschetst. Een aangrijpende en indrukwekkende film met een werkelijk voortreffelijke Bruno Ganz als Hitler en de even onvergetelijke als afschuwwekkende vrouw van Goebbels die eigenhandig haar vijf kinderen vermoordt alvorens zich samen met haar eega van het eigen leven te beroven, zulks nadat Hitler samen met Eva Braun – met wie hij zich enkele dagen daarvoor in de echt had laten verbinden – tot eigenrichting overging. Sommige critici waren de mening toegedaan dat Hitler in deze film een al te menselijk karakter had gekregen waardoor het zicht op de brutaliteiten, de misdaden en perversiteiten die aan deze ma ontsproten zijn, verloren zou zijn gegaan. Onzin, is mijn mening. De lezer van het boek, de filmbezoeker is op de hoogte, kan zich op de hoogte stellen van de verschrikkingen van het Hitler regime. En het is juist die achtergrond, die metawetenschap, die deze film zo fascinerend maakt. Wellicht zouden anderen in de verleiding zijn gekomen de laatste weken van Hitler en zijn naaste getrouwen te verbeelden vanuit het perspectief van het slachtoffer. Wellicht prettig om zoveel jaar na dato alsnog te appelleren aan plaatsvervangende wraakgevoelens: het monster Hitler komt dan aan zijn welverdiende einde of het zou moeten zijn dat men hem het liefste in een vernederend proces ter dood zou hebben veroordeeld. Maar gelukkig is deze film niet vanuit een specifiek standpunt vervaardigd, er was geen ik-persoon door wiens ogen we de taferelen waarnamen. Het was alsof de kijker zelf rondwaarde in dat merkwaardige horrorgezelschap en deze minisamenleving onder de grond van een volledig instortend en verwoest Berlijn, op weg naar een onontkoombaar armageddon, langzaam maar zeker leerde kennen. De volledig opgebrande Hitler, de serviele Goebbels, diens afschuwwekkende echtgenote, de afstandelijke en vormelijke Speer, de slijmjurk Bormann, de hoerenloper Fegelein, ze passeren allen de revue. Een macabere revue waarin mensen zich, in de wetenschap van het naderende einde, overgeven aan drinkgelagen en braspartijen, aan liederlijk gedrag en de volstrekte immoraliteit.

Het is een tijdperk, een geschiedenis die blijft intrigeren en waar je nooit over uitgedacht raakt, zeker niet wanneer mensen als Joachim Fest hun licht daarover laten schijnen.

Enno Nuy