1

Ewijk, Tom van – Sollicitant zonder afspraak

Uitgeverij U2pi, 80 pagina’s

 

Tom van Ewijk (1934) was 45 jaar journalist en filosofisch geschoold.  Hij was onder meer actief als vertaler en essayist en publiceerde ook enkele natuuruitgaven. Recent verscheen van zijn hand een dichtbundel onder de titel Sollicitant zonder afspraak. In het openingsgedicht wordt de titel verklaard; de dichter verschijnt voor de Staalmeesters met het gevoel bij hen te moeten solliciteren voor het leven, de fraaie slotstrofe luidt: “van welke tijd u bent, doet eigenlijk niet ter zake, / er is niet naar u gevraagd” Mooi is ook de ode aan de kruiwagen die je altijd met open armen ontvangt en de dichter schrijft dan: een tuinman kun je missen, een kruiwagen niet. In elk gedicht weet de dichter treffende woorden te vinden en vaak mooie beeldspraak. Zoals in het prachtige gedicht De eik over de keizer der bomen maar … de maan schrikt “tussen voortjagende flarden van / overdrijvende massagraven“. Prachtige strofen die je graag een paar keer herleest of declameert!

Fraai is ook de opmerking over Marx in Mijn vakantieland: Over Marx maak ik mij zorgen, / die leeft op de rand van de armoe / sinds Lenin en Stalin wisten / hoe zijn kapitaal te verkwisten. En in hetzelfde gedicht trekt de dichter een fles ronde wijn open in een gesprek met aartsmisantroop Schopenhauer. En wat te denken van: Van het leven houden en genieten / is de grond voor oprecht pessimisme / zonder hoop dit ooit te bekennen / als isme van ikvergisme. En dit gedicht eindigt aldus: Filosofen begeren de wijsheid, / maar weten helaas niet de wijze / hoe daarmee de wereld te redden. / Toch blijft tot het einde der tijden / hun land het oord van begeerte / naar haar: de vrije gedachte.

Ook humor is aan van Ewijk besteed, als hij in Voor eeuwig, een gedicht over Hajenius schrijft: Zo voor het laatst ontmoeten wij elkaar, / dan ben ik graag voor eeuwig de sigaar. En heel fraai is ook het aan Celine opgedragen gedicht Een plantkundeles, waarin de dichter uitweidt over illusies, dagdromen, politieke idealen of wonderlijker nog langbloeiers als religieuze idealen. Wel hebben de Religieuze idealen een / vaste voorkeur voor de Politieke, wat opvallend / grotere kruisingsproducten oplevert met nog / scherper stekels, dodelijker gif en heviger stank. En de dichter eindigt met een flinke sneer aan het adres van Allemenschenwerderbrüder van het duo Schiller-van Beethoven.

Mooie woordvondsten te over in deze bundel zoals antropomurw voor de stervende das, of Pilspens Sapiens. In Over ongedierte vraagt de dichter zich af wat in vredesnaam het nut van insecten is (merkwaardig, ook de filosoof Bas Haring had weinig goeds over voor het insect) maar stelt zichzelf dan de wedervraag hoe nuttig vele mensengedaantes zoals Hitlers, pedofielen of hooligans eigenlijk zijn. Hier ga ik niet met hem mee, insecten zijn wel degelijk nuttig en de pedofiel hoeft voor mij niet verder gedemoniseerd te worden. Prachtig relativerend is het gedicht Topman, uiteindelijk ook maar een gewoon mens. Dat wisten we al maar van Ewijk toont het hier nog eens aan en geeft en passant een van zijn mooiste woordvondsten: gladgebild. En van nog zo’n topman, Dolf en zijn medeklonen de treffende aforistische strofe: waar kosten dalen, stijgt zijn jaarinkomen. Een maatschappijcriticus van het zuiverste water toont de dichter zich in De stand der horden en Nederland zingt op zondag of in 4 mei ’s avonds op de dam. Persoonlijk vind ik deze niet zijn sterkste gedichten. Even kritisch is van Ewijk in Het jaar 2050 en dat is weer wel een prachtig gedicht als hij schrijft: “hoe de soort die zich noemt sapiens / met een schat aan beheersingstechnieken, / zich niet weet te beheersen als mens”. Fraai is ook de vrouw die in Verschijning van haar bloed zegt: “van alle bloed het enige dat vloeit ter wille van het leven,/  al ’t andere stroomt omwille van de dood”. Heel goed beviel mij Over euthanasie met die fraaie strofe: mijn pillen reizen derde glas. En hoe terecht dat de bundel wordt afgesloten met Die Kunst der Fuge: “door de pijpen / van het orgel / vaarwel vaarwel / meerstemmig / stijgen / stijgen / stijgen”.

Ik kan u deze bundel van harte aanbevelen. Van Ewijk beheerst zijn materie en zijn taal. Hij kan mild zijn maar schrikt evenmin terug voor een felle verwerping van wat hij verwerpelijk acht. Zijn gedichten zijn toegankelijk en zijn taalgebruik is helder maar even zo vaak verrassend en zoals gezegd: in zijn gedichten treft de lezer vele prachtige woordvondsten aan. Nee, er is niet naar hem gevraagd maar dat hij er desondanks toch is, heeft ons in ieder geval een mooie bundel opgeleverd.

 

Enno Nuy

Augustus 2012