atlas contact, 198 pagina’s

De gierzwaluw is geen familie van de zwaluw maar eerder verwant aan de kolibrie. De palmgierzwaluw en huisgierzwaluw blijven het hele jaar in Namibië, waarom doet de gierzwaluw dat niet? Gierzwaluwen zijn, behoudens tijdens de broed, altijd in de lucht, ze paren (de gierzwaluw is de enige vogelsoort die paart tijdens de vlucht en de paring verloopt letterlijk vliegensvlug) eten en drinken en slapen(5 seconden slapen, bijsturen, 5 seconden slapen enzovoort) in de lucht en ze schijnen een exact tijdbesef te hebben. Het enige wat de gierzwaluw niet vliegend doet is het uitbroeden van de eieren. Zodra de jongen zelf kunnen vliegen kiezen ze onmiddellijk hun eigen weg en verlaten het ouderlijke nest voorgoed. Ze vliegen dan meteen naar zuidelijk Afrika, zonder er ooit eerder te zijn geweest! De hoogst gemeten vliegsnelheid van een gierzwaluw is 112 km per uur. In een duikvlucht haalt hij 220 km per uur! De Engelse onderzoeker Lack meldde dat een gierzwaluw die met 40 km per uur door een bijenzwerm vloog feilloos de angelloze darren uit de massa pikte, en de andere bijen ongemoeid liet.

En slecht weer, daar maalt een gierzwaluw al helemaal niet om. Het aantal goed verorberbare insecten in luchtlagen bepaalt het moment waarop de gierzwaluw aan de grote trek begint. Gemiddeld worden ze vijf tot zes jaar oud maar er is ook wel eens een exemplaar van 21 jaar oud aangetroffen. Gierzwaluwen nestelen in holen in bomen en rotsen maar zeker ook in holen en spleten van door de mens vervaardigde gebouwen. De soort explodeerde met de komst van de migrerende en bouwende mens. Een echte cultuurvolger aldus Remco Daalder.

Gierzwaluwen zijn niet of nauwelijks te tellen maar ze komen heel vaak voor. De onbetrouwbare schattingen variëren tussen 40 tot 200 miljoen individuen wereldwijd. Natuurlijke vijanden heeft deze vogel niet, daarvoor vliegt hij veel te snel. Zolang de mens aanwezig op deze aardbol hoeft de gierzwaluw zich geen zorgen te maken.

Fascinerend is wat gierzwaluwen doen tijdens slecht broedweer. Ze kunnen het legsel uitbroeden met het risico dat ze vanwege het slechte weer te weinig voedsel kunnen vinden voor zichzelf en hun nageslacht; of ze kieperen de eitjes het nest uit om een nieuw legsel onder betere omstandigheden uit te broeden. Verschillende paren maken verschillende keuzes om zodoende het meeste succes te genereren. Zouden ze allemaal dezelfde keuze maken dan kan verkeerd gokken heel dramatisch uitpakken. Een paartje gierzwaluwen met jongen kan wel 20.000 insecten per dag vangen. Vliegen en muggen voornamelijk.

Voor het navigeren is het aardmagnetisch veld het belangrijkste medium. Trekvogels gebruiken daarvoor hun snavel en hun rechteroog. Daar immers (en dus niet in het linkeroog) zitten de ferromagnetische mineralen waarmee ze het aardmagnetisch veld kunnen waarnemen. Het rechteroog is belangrijk voor de plaatsbepaling (waar ben ik) en de snavel voor de richting (waar moet ik naar toe). De gierzwaluw is de enige vogel die de gevolgen van hevige zijwind (waardoor vogels behoorlijk uit koers kunnen raken) volledig weet te neutraliseren. Ze doen dat door steeds iets in de wind te sturen, ze zijn in staat perfect de richting en de snelheid van de wind in te schatten. Wat we niet weten is of en hoe vogels hun bestemming kennen. Je zou zeggen dat de jongen achter de ouders aanvliegen maar bij gierzwaluwen verlaten de jongen het nest voordat de ouders dat doen. Voedsel is de belangrijkste reden voor vogeltrek. Een vogel die leeft van vliegende insecten heeft in de wintermaanden weinig te zoeken in noordwest Europa.

Met behulp van dataloggers kon worden vastgesteld dat in Nederland broedende gierzwaluwen voor de winter naar Congo vliegen, dan een uitstapje van 100 dagen naar Oost Afrika maken om daarna terug te keren naar Congo alvorens weer naar Nederland te vliegen. Dat uitstapje naar Oost Afrika maken ze omdat er juist dan aldaar het regenseizoen heerst en er dus veel insecten zijn. De vraag is natuurlijk: hoe weten die vogels dat? Is dat proefondervindelijk ooit eens vastgesteld en vervolgens genetisch ergens opgeslagen? Of kunnen deze vogels een regenfront op grote afstand waarnemen? En waarom maken niet alle gierzwaluwen dat uitstapje?

En net als de kolibries kunnen de gierzwaluwen achteruit vliegen! Er zijn geen andere vogels die dat kunnen. En er is ook niet één vogelsoort die zo vaak in aanraking komt met vliegtuigen. Doordat gierzwaluwen twee keer per nacht tot wel drie kilometer hoogte stijgen kunnen ze depressies tot op 160 km afstand al aan zien komen. Het slaapraadsel van gierzwaluwen is nog niet ontrafeld. Kunnen ze geheel zonder de diepe remslaap en hebben ze genoeg aan de slow wave sleep, waarbij telkens één hersenhelft wakker blijft? We weten het niet.

Deze en nog veel meer wetenswaardigheden verzamelde de Amsterdamse stadsbioloog Remco Daalders in een kloek boekje onder de titel De gierzwaluw. Een goed geschreven werk waarin monnikenwerk van talloze professionele en amateuronderzoekers bijeen is gebracht en zodanig helder is weergegeven dat de schrijver hiervoor de Jan Wolkersprijs 2014 ontving. Fascinerende lectuur over een prachtige vogel als de gierzwaluw, ik kan er geen genoeg van krijgen. Waarom is dit soort lectuur nu zo belangrijk? In de eerste plaats natuurlijk om ons te doen realiseren dat alle dieren, niet alleen de mens, wonderlijke wezens zijn, zo ongelooflijk goed uitgerust om met talloze meer of minder voorziene en voorzienbare omstandigheden om te gaan. En om te laten zien hoe waanzinnig vindingrijk en geavanceerd dieren zijn. We mogen gevoeglijk konkluderen dat niet-menselijke dieren de menselijke soort in alle opzichten de baas zijn. Hun motoriek, hun zintuigen en spierstelsel, hun fysieke gesteldheid en technische vermogens zijn volledig doorontwikkeld en extreem geavanceerd. Het enige waarop de men zich kan laten voorstaan is zijn brein. Dat is weliswaar een ongekend nuttig en fabelachtig instrument maar of dat nu werkelijk voldoende reden is om de mens als het hoogst bereikbare in de evolutieketen te beschouwen? Mij lijkt dat een ongeëvenaarde vorm van zelfoverschatting. We hoeven ons alleen maar even voor te stellen hoe feilbaar dat brein kan zijn om ons weer met beide benen op de grond te zetten. En laten we vooral niet vergeten dat geen enkele diersoort de mens kan bijhouden in zijn onbedwingbare neiging tot het toepassen van geweld, geen enkele diersoort paart ontwikkeling aan het vermogen tot zelfdestructie zoals de mens vanaf het prilste begin in praktijk bracht. En wie leest waartoe de gierzwaluw allemaal in staat is, relativeert maar weer eens het eigen bestaan. Er is geen enkele aanleiding tot borstklopperij!

 

Enno Nuy
Juli 2021