Lucy Cooke, zoöloge en publiciste, kennen we van het fascinerende boek Wilde verhalen. In dit Bitch verdiept ze zich in de door Darwin zo nadrukkelijk vastgelegde dichotomie tussen mannetjes en vrouwtjes waarbij Darwin er nadrukkelijk van uitging dat het mannetje actief en het vrouwtje passief en vooral reactief was. Maar klopt dat ook? “Vrouwtjes worden uitgebuit en de fundamentele basis voor die uitbuiting is het feit dat eitjes groter zijn dan zaadcellen”, schreef de door mij zo bewonderde Richard Dawkins. Fijn, dacht Lucy Cooke, die les van Dawkins kreeg, “nu waren we voor eeuwig gedoemd om de tweede viool te spelen naast de spermaspuiters, als vrouwelijke voetnoot bij het grote machogebeuren”. Vrouwen dienden hun moederinstinct te volgen, seks was eerder een plicht dan een drang.

Vergeet niet dat slechts zeven procent van alle diersoorten seksueel monogaam is en lang niet alle dierengemeenschappen worden gedomineerd door mannetjes. Maar Darwin meende dat de man qua intellectuele vermogens een hoger niveau bereikte dan de vrouw ooit bereiken kan! Zo was, vond hij, de man superieur geworden aan de vrouw. Misogynie in optima forma dus. Het wordt tijd dit patriarchale beeld te corrigeren en de vrouwelijke soort te herdefiniëren.

Inmiddels is komen vast te staan dat het aanzetten van het SRY (sex-determining-region of the y) gen de eerste stap is die de neutrale foetale geslachtscellen ertoe aanzet om zich tot testikels te ontwikkelen en testosteron aan te maken. Zonder dat y-chromosoom rijpt het uniseks oerpakket tot embryonale eierstokken. Er zijn in totaal zo’n zestig genen betrokken bij de geslachtsbepaling en die zitten verspreid over het hele genoom. Het onderliggende proces blijkt echter heel complex. Die groep van zestig genen komen voor bij alle gewervelde dieren, dus ook bij vogels, reptielen, amfibieën en vissen.

Het menselijk y-chromosoom blijkt elke miljoen jaar zo’n tien genen te verliezen, er zijn nu nog maar 45 genen over. Dat betekent dat we over vierenhalf miljoen jaar dat hele y-chromosoom kwijt zijn. De verwachting is dat de man een nieuwe genetische trigger zal ontwikkelen voor zijn geslachtsklieren. Maar hoe, dat weten we voorlopig niet. Er zijn een Japans knaagdier en een Kaukasische woelmuis die hun y-chromosoom zijn kwijtgeraakt maar hun testikels hebben behouden. Ook zijn er bij andere knaagdiertjes met xy aangetroffen.

Ook zijn er andere processen gevonden die geslachtsbepalend zijn. Als eieren van schildpadden boven 30 graden incuberen, zullen genen activeren om eierstokken te laten groeien; onder 27,7 graden ontstaan er testikels. Tussen die twee grenzen komen mengelingen tevoorschijn. Nog gekker is het bij bruine kikkers als de Rana temporaria. Als ze uit het water komen om de rest van hun leven op het land door te brengen ontwikkelen ze niet alleen longen in plaats van kieuwen maar zien we bij de helft van de vrouwtjes ook eierstokken veranderen in testikels! Ook hybride vormen komen veelvuldig voor en er moet dus een evolutionair voordeel zijn voor een dergelijke variëteit. Iets soortgelijks is ook vastgesteld bij baardagamen.

Er bestaan ook gynandromorfe of halfzijdige dieren. We komen ze tegen bij vogels, vlinders, insecten en schaaldieren. Bijvoorbeeld een mannetjeskardinaalvogel met een rode en een vaalbruine kant. De opzichtige rode kant heeft één testikel en de vaalbruine kant heeft één eierstok. Ze bestaan uit twee geslachten maar hebben slechts één bloedsomloop.

 

Volgens zoöloog David Crews zijn er vijf soorten geslachten: chromosomaal, gonadaal, hormonaal, morfologisch en gedragsmatig. Ze zijn cumulatief en kunnen zich spontaan ontwikkelen, beïnvloed door genen of hormonen, maar ook door omgevingsfactoren en zelfs de levenservaring van het dier zelf. Vandaar die gigantische variëteit in sekse en seksuele expressie, binnen en tussen de soorten. Crews is er van overtuigd dat variatie de grote bouwsteen van de evolutie is. “Er is weinig twijfel aan dat de eerste wezens zich voortplantten door middel van klonen. De oudste zich voortplantende organismes moesten eitjes kunnen leggen en dan heb je het over een vrouwtje”, aldus Crews. Die rib van Adam moeten we dus heel gauw vergeten! Kortom, mannetjes zijn de afgeleide sekse en ze blijken inderdaad evolutionaire sporen van eitjesproducenten te bevatten. De teelbal zit nog steeds vol met oestrogeenreceptoren! Oestrogeen moet het oorspronkelijke geslachtshormoon zijn met een oorsprong tussen zeshonderdmiljoen en 1,2 miljard jaar. Androgeenreceptoren ontwikkelden zich pas driehonderdvijftig miljoen jaar later. Niet alleen is het vrouwelijk geslachtshormoon nodig om testikels en sperma te maken, maar oorspronkelijk waren mannetjes vrouwen. De man werd dus geschapen uit de rib van Eva. Dat gaat Andrew Tate nooit geloven! En in het Vaticaan zullen ze ook wel de nodige moeite hebben met dit soort onderzoeksresultaten. Kortom, God heeft gewoon zitten liegen toen hij zijn scabreuze teksten aan de schriftgeleerden dicteerde. Het wordt tijd dat God eens verantwoording komt afleggen voor al die flagrante leugens. En het wordt zeker tijd dat het Vaticaan eens op haar lamentabele schreden terugkeert en niet alleen Genesis herschrijft maar dan meteen even ook uit alle andere bijbelboeken de evidente leugens en onwaarheden verwijdert.

U begrijpt, hier is niet Lucy Cooke aan het woord, zij volstaat met een enkele subtiele opmerking. Keren we terug naar haar betoog.

Het was Darwin die inzag dat de evolutie van het mannetjesdier in belangrijke mate gestuurd wordt door wat het vrouwtje aantrekkelijk vindt. Die lange pauwenveren hinderen hem alleen maar en maakt het lastig een veilig heenkomen te vinden als de nood aan de man komt. Toch loont het zulke veren te hebben omdat de pauw zich daarmee aantrekkelijk maakt voor een vrouwtje. Het spel van concurrerende mannetjes en kieskeurige vrouwtjes. Cognitieve vaardigheden houden verband met paringssucces en vrouwtjes vertonen een voorkeur voor de vernuftigste mannetjes. Een krolse leeuwin paart soms wel honderd keer per dag met meerdere mannetjes. Men veronderstelde dat zaadcellen klein en talrijk zijn en eicellen groot met een beperkte voorraad en om die redenen zouden mannetjes polygaam en vrouwtjes monogaam zijn. Logisch is dat niet, met welke vrouwtjes gaan die mannetjes dan vreemd als ze zo kuis zijn? Ook Darwin meende dat vrouwtjes zich passief dienden te schikken naar de charmes van het winnende mannetje. Zaadcellen zijn mobiel en eicellen sedentair, zei hij. En dus waren mannetjes actief en vrouwtjes passief. Maar Darwin had ongelijk, hij werd een beetje in de weg gezeten door het Victoriaanse tijdperk.

Maar hier is de werkelijkheid: negentig procent van alle vrouwtjesvogels copuleert stelselmatig met meerdere mannetjes ook al zijn ze sociaal monogaam. Zelfs de als burgerlijk saaie en volstrekt keurige en monogame heggenmussen copuleren er lustig op los met hun buurmannen. Zulke vogels kunnen wel hun hele leven bij dezelfde partner blijven maar hun eiernesten hebben vermoedelijk, vrijwel zeker meerdere vaders. Vrouwtjesvogels zijn overigens stiekeme vreemdgangers. Onthutsend echter is het gedrag van mannelijke onderzoekers (zoölogen, ornithologen etc) die onderzoeksresultaten van vrouwelijke collega’s trachtten te saboteren omdat die resultaten niet strookten met de gangbare mannelijke kijk op de wereld!

Maar al gauw bleek dat voor vele andere dieren, zoals slangen, primaten, hagedissen en kreeften, hetzelfde gold. De vrouwtjes gaan hun eigen gang en trekken zich niks aan van onze mannelijke normen. In zijn algemeenheid geldt dat promiscuïteit leidt tot gezondere nakomelingen. En nee, monogamie is niet de beste strategie voor vrouwtjes. Ze kiezen er juist voor onzekerheid over het vaderschap te creëren zodat het mannetje niet het risico gaat lopen zijn eigen nakomelingen te doden, hij kan er nooit zeker van zijn het juiste kind om te brengen. Zoals u weet komt infanticide veelvuldig voor, juist wanneer de ene groep een andere groep overneemt en overheerst.

In het hele dierenrijk, van vlinders tot vleermuizen, blijkt de testikelgrootte een onfeilbare indicator van vrouwelijke trouw te zijn: hoe boller de ballen, hoe libertijnser het vrouwtje. Grote testikels immers produceren sneller sperma wat het mannetje meer kans op succes biedt. Spermaconcurrentie dus. Seksueel kannibalisme blijkt heel gewoon bij een aantal spinnensoorten, schorpioenen, zeenaaktslakken en octopussen. En niet te vergeten de bidsprinkhaan. Honger schijnt hierbij de belangrijkste drijfveer te zijn maar evolutionair gezien is zulk gedrag niet handig. Vrouwtjesspinnen zijn groter en leven langer dan de mannetjes, soms wel dertig tegenover tien jaar! Vrouwtjes hebben geen haast met paren, mannetjes wel. Vrouwtjesspinnen kunnen sperma opslaan, soms wel twee jaar lang. De mannetjes moeten dus allerlei slimmigheden bedenken om te ontkomen aan de honger van het vrouwtje. Maar voor een mannetjesspin is slechts één ding erger dan het kannibalisme van een vrouwtje en dat is door haar genegeerd te worden.

De seksuele anatomie in het dierenrijk is eindeloos gevarieerd en geen enkel lichaamsdeel evolueert zo snel als geslachtsdelen. Toch beweerde Darwin dat de creatieve weelde van seksuele selectie niet van toepassing was op genitaliën. Er zijn wel vogels met een penis maar dat zijn echt uitzonderingen. De paring bij vogels vindt plaats doordat beide partners hun cloaca tegen elkaar aan duwen waarbij het vrouwtje bepaalt of ze het sperma ook echt ontvangt. Lange tijd meende men dat de beweeglijke zaadcellen onderling uitmaakten welke de race naar het eitje zou winnen maar de werkelijkheid is een totaal andere en de invloed van het vrouwtje op welk sperma er uiteindelijk met de hoofdprijs vandoor gaat is veel groter dan ooit gedacht. Van de veronderstelde mannelijke dominantie in het seksuele leven blijft niet veel meer over, zelfs niet wanneer er sprake is van gedwongen seks, zoals geregeld voorkomt bij eenden en dolfijnen.

Alle gewervelde vrouwtjesdieren hebben een clitoris die vooral of alleen maar bedoeld is voor seksueel genot. Zelfs vrouwtjesinsecten genieten van seks als het goed gebeurt. Tot slot dit: er zijn steeds meer bewijzen dat de eicel beslist welke zaadcel naar binnen mag, ook bij mensen en dat is dus niet per se de eerst aangekomene.

Over het moederinstinct. Bij bijna negentig procent van de vogels zorgen beide ouders voor het nageslacht. Bij de vissen zorgt bij tweederde van alle soorten alleen de vader voor het nageslacht. Sommige mannetjes nemen zelfs het baren voor hun rekening zoals bij zeepaardjes het geval is. Tweeduizend jonkies per keer nog wel! Bij amfibieën komen we alle zorgsoorten tegen. Bij zoogdieren wordt het leeuwendeel van de zorg echter door het moederdier geleverd.

Nog zo’n voorbeeld van seksuele vooringenomenheid is de gedachte, door Darwin nog eens extra stevig verankerd, dat mannetjesvogels zingen om vrouwtjes te verleiden. Niets is minder waar, vrouwtjesvogels zingen net zo goed! Het zijn juist de vrouwtjes op het noordelijk halfrond die op een gegeven moment zijn gestopt met zingen. Waarom dat zo is, is nog steeds niet duidelijk. Vogelzang is niet alleen een kwestie van seksuele maar zeker ook sociale selectie. Inmiddels staat vast, ondanks Darwin die dus bepaald niet altijd gelijk had, dat vrouwelijke concurrentie net zoveel invloed heeft op de loop van de evolutie als vechtende mannetjes, misschien zelfs wel meer. Het allereerste alfadier was een kip! En kijk eens naar de stokstaartjes wier kolonies overheerst worden door één dominant vrouwtje dat afpersing, fysiek geweld, valse trucjes en moord gebruikt om haar positie te consolideren. Het stokstaartje blijkt het moordlustigste zoogdier op aarde, erger nog dan de mens. Maar de meest succesvolle aardbewoners is de koningin in een termietenkolonie. Zij legt elke drie seconden een eitje, twintigduizend per dag ofwel 146 miljoen gedurende heel haar leven!

Vrouwelijke dominantie wordt nog steeds genegeerd of onderschat maar er is een wereldwijd scala aan zoogdieren, van vleeseters tot knaagdieren en klipdassen, waarbij ook vrouwelijke dominantie is waargenomen. Dit fenomeen blijft dus echt niet beperkt tot lemuren en maki’s op Madagaskar.

Vast staat dat de aanname dat een agressief patriarchaat de universele aard van alle primaten zou zijn, niet overeind blijft. En nog steeds willen niet alle mannelijke zoölogen erkennen dat vrouwtjes de dominante sekse zijn bij bonobo’s.

Van de vijfduizend zoogdiersoorten zijn de enige waarvan we weten dat ze in het wild, dus van nature, in de overgang gaan, vier soorten tandwalvissen (waaronder orka’s) en mensen. En leest u vooral eens het verbazingwekkende verhaal van de Laysanalbatros op Hawaï zoals dit hele boek vol staat met spectaculaire geschiedenissen, ontrafeld door zoölogen die wel goed onderzoek verrichtten zonder lastig gevallen te worden door een vooringenomen mannelijke blik, vrijwel allemaal vrouwen dus die wel door bleven vragen, geen genoegen namen met gemakkelijke of voor de hand liggende verklaringen.

En zo lezen we over homoseksuele dieren, lesbische stellen als gevolg van een mannentekort en natuurlijk ontbreekt ook het summum niet: de rouwgekko heeft het mannetje geheel afgeschaft. De vrouwtjes klonen zichzelf en zijn buitengewoon succesvol. Maar ook dit waanzinnige verhaal moet u zelf maar lezen. Deze parthogenese komt bij meerdere diersoorten voor, een buitengewoon vindingrijke variant op dat ingewikkelde gedoe met sex en partnerkeuze. Sterker nog, de vraag is waarom dit niet veel vaker gebeurt. Sex is duur en kost veel energie, soorten met alleen vrouwtjes kunnen zich twee maal zo snel vermeerderen als seksuele soorten. Overigens kunnen alleen vrouwtjes zich klonen, mannetjes kunnen dat niet. Zoogdieren lijken daar ook niet toe in staat te zijn. Lucy Cooke concludeert droogjes: “de natuur blijft verslaafd aan sex”. Maar klonen is natuurlijk wel een vorm van incest en, aldus Cooke, we hebben seks nodig om de genetische kaarten te schudden en diversiteit te handhaven. Maar het kan nog veel gekker, lees maar eens over de Bdelloida! En om u lekker te maken voor dit fabelachtige boek: er bestaat zelfs kleptogenese, het stelen van zaadcellen! En wat dacht u van hermafrodieten en, nog veel vreemder, seksewisseling. Het bestaat allemaal.

Tijdens het lezen van dit wonderlijke boek realiseer ik me dat het helemaal niet zo raar is dat de menselijke soort in haar eigen spectrum ook een veel grotere verscheidenheid aan genders aan het aanleggen is. Dit heerlijke boek Bitch van Lucy Cooke lezen helpt mij om wat genuanceerder te kijken naar wat lhbtq+ in onze wereld is gaan heten. En dan zie je prompt hoe onbeholpen de mens is. Niet alleen schrikken we van onze eigen creativiteit, er zijn ook hele volksstammen die er niet voor terugdeinzen andere vormen dan het klassieke mannetje en vrouwtje zomaar te criminaliseren. Vergeleken bij de mens lijkt een dier een wonder van tolerantie. Denk in dit verband even aan de opmerking van Frans de Waal over homoseksuele dieren: “Ik heb nog nooit in welke dierengemeenschap ook meegemaakt dat een individu verstoten werd vanwege diens homoseksualiteit”.

Lucy Cooke schreef wat mij betreft een zeer goed gedocumenteerd en onderbouwd boek, heel vlot geschreven met ook nog eens een goed gevoel voor humor. Genesis kunnen we nu bij het afval zetten en dat is mede te danken aan Lucy Cooke maar vooral aan al die andere veelal vrouwelijke zoölogen die schitterend, uitputtend en minutieus onderzoek verrichtten. Dit boek plaatst ons mannen toch echt in een heel ander licht dan we gewend waren. Dat stemt tot nederigheid. Ik durf wel te beweren: dit is met afstand het beste, het meest informatieve en het leukste boek van 2024!

 

Enno Nuy
April 2024