Atlas contact, 357 pagina´s

 

1945, het jongste boek van Ian Buruma begint met de euforie na de definitieve nederlaag van de Duitsers en Japanners. Overal ter wereld troffen de geallieerde troepen gewillige vrouwen, ook in Duitsland zelf waar de mannen grotendeels waren verdwenen en een fors vrouwenoverschot was ontstaan. Bovendien was de Duitse man verslagen en daardoor seksueel minder aantrekkelijk voor de naar leven hunkerende vrouw. Niet overal werd de lossere seksuele moraal met evenveel enthousiasme ontvangen. Buruma doet daarvan uitgebreid verslag. Maar het spreekt voor zich dat niets opgewassen was tegen de honger die overal ter wereld een grote bedreiging vormde voor de volksgezondheid. Overal in Europa, China en Japan leed de bevolking ernstig onder voedselschaarste en mislukte oogsten. De geallieerden zetten hulpprogramma’s op, ook voor de voormalige agressoren. Natuurlijk stuitte dat op weerstanden maar het argument waarmee zulke maatregelen werden bepleit was vooral geopolitiek van aard: als de honger en armoe niet werden bestreden, zouden complete samenlevingen ten prooi kunnen vallen aan het oprukkend communisme. Tekenend en sinister is het relaas van de Russen die alle industriële installaties in Mantsjoerije ontmantelden tot en met, zodra ze klaar waren, de spoorlijnen waarover het roofgoed werd weggevoerd. En het spreekt voor zich dat overal ter wereld de zwarthandel welig tierde.

Behalve euforie en honger deed ook wraak zijn intrede. Jegens de voormalige overheersers maar zeker ook tegenover hen die zich schuldig hadden gemaakt aan horizontale collaboratie, de vrouwen die het bed met hun overheersers hadden gedeeld. De meest sinistere vorm van wraak ondervonden Poolse joden die terugkeerden naar hun huizen maar prompt verdreven werden, gedood zelfs. Wraak verliep soms langs etnische lijnen, vaak ook langs lijnen van sociale klasse. En even zo vaak van hogerhand gestimuleerd, zoals de Tsjechische president Benes, die in 1945 uitriep: “Wee, wee, wee, driemaal wee de Duitsers. We zullen jullie liquideren”.

De passages waarin Buruma schrijft over Griekenland, Indonesië, Indochina en Algerije lopen naadloos in elkaar over waardoor je geen helder zicht krijgt op wat er nu precies gebeurde, terwijl de politieke ontwikkelingen in al die regio’s bepaald niet volgens hetzelfde stramien verliepen. De essentie is dat de westerse mogendheden na de Tweede Wereldoorlog halsstarrig probeerden de status quo in hun koloniën te handhaven maar op steeds feller verzet van de inheemse bevolking en inheemse bevrijdingsbewegingen stuitten. Maar de omstandigheden in Vietnam, Algerije en Indonesië verschilden natuurlijk enorm van elkaar, om van Griekenland en Tsjecho-Slowakije maar te zwijgen. Na een oorlog keren mensen terug naar huis. Zowel in Europa als in Azië ging het daarbij om miljoenen mensen die op drift raakten. Soldaten en krijgsgevangenen keerden terug om lang niet overal even vriendelijk onthaald te worden, verdrevenen keerden terug om hun huizen door anderen bewoond te vinden en joden keerden terug om niet zelden uiterst onvriendelijk tot zelfs vijandig bejegend te worden. Om een of andere reden kwamen in Karintië allerlei lieden samen die om verschillende redenen niet terug konden naar waar ze vandaan kwamen en zich onder Britse bescherming wilden laten plaatsen om vervolging of erger te voorkomen. “De Duitsers wilden beschermd worden tegen Tito, de Kozakken tegen de Bulgaren, de četniks tegen de Kroaten, de Witte Russen tegen de Rode Russen, de Oostenrijkers tegen de Slovenen, de Hongaren tegen alle anderen.” Indringend en huiveringwekkend zijn de passages die Buruma wijdt aan de repatriëring van miljoenen mensen in heel Europa: kozakken, Kroaten, Serviërs, Polen, Russen, Duitsers enzovoorts. De geallieerden spraken met elkaar af dat alle bevolkingsgroepen terug zouden keren naar hun oorspronkelijke vaderland, wetend dat tienduizenden van hen daar wegens (vermeend) verraad een zekere dood wachtte.

Ronduit schokkend is de volgende passage uit de gesprekken op de Jalta-conferentie in 1944: “Toen Churchill Stalin in Jalta mededeelde dat hij ‘niet geschokt was bij het idee miljoenen mensen met harde hand te deporteren’, stelde Stalin op zijn beurt de Britse premier weer gerust: ‘Daar [in Polen] zullen geen Duitsers meer zijn, want als onze troepen binnenvallen, rennen de Duitsers weg en dan zijn er geen Duitsers meer over’. Waarop Churchill zei: ‘Dan hebben we nog het probleem van hoe we dat in Duitsland moeten oplossen. We hebben er zes of zeven miljoen gedood en zullen er waarschijnlijk voor het einde van de oorlog nog wel een miljoen doden’. Stalin, die van nauwkeurige aantallen hield, wilde weten: ‘Een of twee?’ Churchill: ‘O, ik stel voor dat we onszelf geen beperkingen opleggen. Dus zal er in Duitsland wel plaats zijn voort een aantal mensen die de ruimte kunnen opvullen.’” In feite, stelt Buruma, werden de door Hitler zo gewenste etnische zuiveringen uiteindelijk uitgevoerd door mensen die Duitsland haatten.

De oorlog was een onvoorstelbare gruwel voor iedereen die er het slachtoffer van was maar het is moeilijk te ontkennen dat de joden de grootste slachtoffers waren. En hoe begrijpelijk zijn niet de woorden van dr. J. Oleiski vlak na de oorlog: “Nee, we zijn geen Polen als we in Polen zijn geboren, we zijn geen Litouwers hoewel we ooit door Litouwen zijn gekomen, en we zijn ook geen Roemenen, hoewel we de zonneschijn voor het eerst van ons leven in Roemenië hebben gezien. We zijn Joden!” En hoe begrijpelijk zijn niet ook de woorden van David Ben Goerion die als een van de eersten de Holocaust instrumentaliseerde: “Men kan kracht ontlenen aan rampspoed indien die productief wordt gebruikt; de hele truc van het zionisme is dat het weet hoe onze ramp kan worden gekanaliseerd, niet in moedeloosheid of vernedering zoals het geval is in de diaspora, maar in een bron van creativiteit en profijt”. De stichting van de staat Israël in 1948 is in belangrijke mate mogelijk gemaakt door wat Eden over de kozakken zei en wat evenzeer gold voor de Europese joden: “Hier willen we ze niet hebben”.

Terecht merkt Buruma op dat de rol van het verzet tijdens oorlogen doorgaans overdreven wordt voorgesteld. Bovendien waren vele uitingen van verzet aanleiding tot nog zwaardere repressie van de agressor, ze leverden vaak meer ellende op dan ze waard waren. De echte waarde van verzet, aldus Buruma, wordt pas zichtbaar na de oorlog. Dan blijken de verhalen over het verzet de stichtingsmythen van de nationale wedergeboorte. Dat lijkt mij een juiste analyse en we hebben hier en in de landen om ons heen gezien hoe nationale bevolkingen zich decennia lang hebben gekoesterd in de droom van heldendom en verzet, tot geschiedkundigen die mythes stuk voor stuk doorprikten.

Onvermijdelijk na een oorlog zijn de zuiveringen, in Duitsland de denazificatie. Een erg succesvol programma was dit evenwel niet. Onder de nazi’s bevonden zich bestuurskracht, industrieel potentieel en expertise op talloze terreinen zoals bijvoorbeeld het onderwijs. Voor al deze voormalige nazi’s een beroepsverbod instellen zou het herintroduceren van een democratie in Duitsland ernstig bemoeilijken. Bovendien was niet iedere nazi een even overtuigde nazi. Van een echte, laat staan een volledige denazificatie is dan ook vrijwel niets terecht gekomen. Zuiveringen in Japan stelden nog veel minder voor. Net als in Frankrijk overigens. Een beëindigde oorlog noodzaakt het installeren van een nieuwe rechtsorde. Overal doken volksrechtbanken op om de misdadigers voor hun wandaden te berechten en vonnissen. De uitkomst van zulke tribunalen stond vrijwel altijd van tevoren vast. Ook hier meandert Buruma door de materie heen, hetgeen de overzichtelijkheid niet ten goede komt. China, Hongarije, Griekenland en Japan wisselen elkaar hier af alsof het vergelijkbare grootheden zijn.

Hoe het ook zij, er valt nogal wat aan te merken op de berechting van Yamashita in Manila, Mussert in Den Haag en Laval in Parijs, stuk voor stuk showprocessen. En feitelijk gold dit verwijt voor de meeste processen tegen nazi’s. Er zijn voorbeelden bekend van Russische rechters die voorafgaand aan een proces al een toost uitbrachten op de aanstaande executie van voor het gerecht geleide nazi’s. Ook het bestaande repertoire aan wetgeving bleek niet toereikend om de nazimisdaden  adequaat te kunnen berechten. En zo kon gebeuren dat beklaagden uit een overwonnen land werden berecht door hun overwinnaars en dat beklaagden werden berecht op basis van wetten die waren ontstaan nadat zij hun wandaden hadden gepleegd. Ernst Juenger beschreef om die reden het Neurenbergtribunaal als een rechtbank die ‘bestond uit moordenaars en puriteinen, die hun slagersmessen bij morele handvatten vasthouden’. Het lijkt achteraf gerechtvaardigd te stellen dat de oorlogstribunalen verre van perfect waren maar al met al wel voldeden als instrument van vergelding, straf, gerechtigheid, moraal en fatsoen. Het is op zijn minst opmerkelijk dat enkele decennia later in Duitsland en Italië extremistische bewegingen ontstonden die in opstand kwamen tegen het systeem in hun land vanuit de diepe overtuiging dat hun ouders nooit hadden geboet voor de wandaden die zij begaan hadden, waarmee een verderfelijke status quo zou zijn gehandhaafd.

Onmiddellijk na de oorlog leek planning het toverwoord, wereldwijd. Planeconomieën, plannen voor herinrichting en wederopbouw van steden, industriële planning deden overal hun intrede. In Frankrijk, Groot Brittannië, Japan en China. Maar behalve planning moest er ook (her)opgevoed worden. Demilitarisering, denazificatie en democratisering vormden het 3D-parool van vooral de Amerikanen, hetgeen niet wegneemt dat ook de Sovjets de heropvoeding van de Duitsers zeer serieus namen. Maar in de praktijk oefenden de geallieerden (de geallieerde controleraad), ieder in hun eigen sector, gewoon censuur uit. Boeken en kranten werden gecensureerd, zoals de Duitsers al van de nazi’s gewend waren. Dat er al aan het begin van de oorlog en zeker na afloop daarvan hardop werd nagedacht over een wereldregering om tragedies zoals de beide wereldoorlog voorgoed te voorkomen, is niet vreemd. De Volkerenbond was geen effectief instrument gebleken. In 1945 werden dan ook de Verenigde Naties opgericht. Zoals we inmiddels weten, ook niet het meest effectieve instrument maar vooralsnog is er geen alternatief dat beter zou voldoen. Buruma plaatst deze ontwikkeling in een breder historisch perspectief. En ook de New Deal politiek van Roosevelt kreeg gestalte.

Een prachtig en zeer informatief boek, dit 1945. Het geeft een helder beeld van wat er op de wereld en de afzonderlijke naties afkwam na het beëindigen van een oorlog van ongekende omvang en met ongekende impact. Opluchting en euforie, vergelding en berechting, repatriëren, heropvoeden en herinrichten. Er werd veel van de internationale rechtsorde verlangd.  In die dagen werd de kiem werd gelegd voor de geopolitieke verhoudingen zoals we die vandaag kennen. Zijn we heel veel opgeschoten? En er is veel te zeggen voor de slotsom van Buruma dat de oorlog eigenlijk pas beëindigd werd met de ineenstorting van het Sovjet-imperialisme, waardoor de verdeling van Europa, zoals die in 1945 tot stand werd gebracht tussen de geallieerden, eindelijk  teniet gedaan kon worden.

 

Enno Nuy, januari 2014