Feuilletons 7, 223 pagina’s

 

Alweer de zevende editie van feuilletons door Jeroen Brouwers. Was zijn vorige publicatie ‘Stoffer en blik’ getiteld, ook dit ‘De schemer daalt’ doet vermoeden dat hier een schrijver aan het woord is die zijn einde naderen voelt, nog snel kwijt wil wat hij altijd al aan papier toevertrouwen dorst maar er niet toe kwam. Stel je voor dat de schrijver nog twintig jaar te gaan heeft, wat volgt er dan nog op deze beide laatste titels: ‘Nacht in aantocht’ of ‘Het ultieme zwart’?

Wij weten het niet maar vrezen het ergste. Ook dit feuilleton is het zoveelste bewijs van het schrijverschap van Brouwers. Mythes worden doorgeprikt, onbekende schrijvers en schrijfsters tot leven gewekt, hier en daar een polemiek en dat alles afgewisseld met korte meer autobiografische schetsen.

Prachtig is het verhaal “De piranha van de onrust” dat de (naar het zich laat aanzien terecht) in vergetelheid geraakte Belgische schrijfster Maria Messens aan de oppervlakte brengt. Evenzeer geldt dat het verhaal over Frans Buyle, dichter of “De vonk van het unieke menselijke brein” over Freddy de Vree.

Maar het hoogtepunt van dit boek is toch de “Autobiografische suite” dat veel te kort is naar mijn smaak. Veel heeft Brouwers al elders en eerder verhaald maar het blijft prachtig om te lezen. Zijn jongste jaren in Nederlands Indië waarvan hijzelf zegt dat hij het niet de moeite vindt er terug te keren, zijn leven leek pas begonnen te zijn nadat hij met zijn ouders in Nederland was weergekeerd, nadat zijn ouders weinig tijd nodig bleken te hebben om hem weg te stoppen in kostschool of pensionaat, nadat hij tijdens een van die schooljaren een schrijvende priester aan trof die zijn publiek voorhield dat een schrijver alle macht had over de door hem beschreven personages, zijn fantasieën de vrije loop kon laten en kon doen geschieden al naar hem goed donk. Dat was het moment waarop Brouwers besloot schrijver te worden. En in de laatste regels van deze autobiografische schetsen lijkt Brouwers het credo van zijn schrijverschap nog eens bondig geformuleerd te hebben: “Het verlangen naar warmte en onbedreigde veiligheid is nooit in mij geblust en is het kernthema geworden in mijn schrijfproductie. Mijn personages met hun angsten en innerlijke onrust tot op de grens van waanzin, hun opgejaagdheid en cynische ongeloof terzake de veronderstelde goedheid van de mens, de hogere zin van het leven, het bestaan van duurzame liefde, vertonen grote gelijkenis met mijzelf, ook in hun hunkering naar troost en bedaring. Ik weet allang dat de gevangenis waaruit ik moet zien te ontsnappen ikzelf ben. Het verlangen naar vertroostende schoonheid, de wankele hoop dat de mooie illusie misschien ooit in mijn leven nog zal worden verwezenlijkt, dat is wat ik ervaar als heimwee.”

Als ge’t einde naderen voelt, Jeroen Brouwers, doe ons dan toch tenminste het genoegen uw productiviteit op te schroeven zodat alles wat in u zit nog bijtijds aan het papier kan worden toevertrouwd.

 

Enno Nuy

Juli 2005