De Nijmeegse dichter Jaap van den Born vertaalde niet alleen de gedichten van de Arabische dichter Abu Al-Ma’arri maar schreef daarnaast onder meer een satirische bundel over het lijden van Jezus en een zeer fraaie bundel over de geloofsinterpretatie, toepasselijk Dubbele moraal getiteld; alsmede Het Satansevangelie, bestaande uit een proloog, zestien canto’s en een epiloog, waarin de duivel zich beklaagt over zijn status die toch tenminste gelijk aan die van God zou moeten zijn maar niets is minder waar; zelfs de mens blijkt hem – om moedeloos van te worden – te overtreffen:  “Al was ik medeplichtig aan die moord / De mensheid danste tóch niet naar mijn pijpen / Ze waren zélf op moord en brand belust”

Van den Born publiceert als vaste medewerker in het literaire blad De Tweede Ronde, zijn werk is in verschillende verzamelbundels en kalenders opgenomen, en hij publiceerde tot nu toe twee eigen werken: Drs. P révisé (samen met Drs. P; 126 gedichten van hem en 126 van van den Born met dezelfde rijmwoorden, een totaal aan de aandacht ontsnapt unicum in de Nederlandse taal) en 2000 jaren Nijmegenaren: de geschiedenis van Nijmegen in 52 gedichten over Nijmegenaren. Van den Born houdt zich uitsluitend bezig met de traditionele versvormen, vormvaste poëzie en light verse. Daarnaast is de dichter begonnen met het maken van simpele videoclips waarin hij – in de gedaante van narrige schoolmeester – voorleest uit zijn canon; deze clips zijn te bekijken op youtube.nl.

Uit de bundels Abu Al-Ma’arri en Dubbele moraal worden sinds kort geregeld gedichten gepubliceerd in De Vrijdenker. En nu ligt hier dus De Canon van Nederland waarin de dichter markante figuren of gebeurtenissen uit onze vaderlandse geschiedenis bijeen heeft gebracht die zo tezamen die vaderlandse canon vormen. Elke canon wacht hetzelfde lot: niemand is tevree, iedereen mist wel iets of iemand maar daar heeft Jaap van den Born rekening mee gehouden: “De Canon is dan wel een staatscampagne / Maar ik bepaal wie nuttig is geweest / Lacunes? Nee. Ik heb mij niet vergist” dicht hij reeds in de inleiding. ’t Is maar dat u het weet.

Op zijn keuze valt ongetwijfeld van alles af te dingen maar tegelijkertijd in het geheel niets. Ik kan me er gemakkelijk in vinden en dat is in belangrijke mate een gevolg van de kwaliteit van zijn gedichten ofschoon de eerlijkheid me gebiedt hier op te merken dat het metrum misschien niet altijd even vlekkeloos verloopt. Een kniesoor die erover struikelen wil. De groten uit de geschiedenis ontbreken niet maar ook veel ons niet of nauwelijks meer iets zeggende namen passeren de revue en worden zo aan de vergetelheid ontrukt. Wie weet nog wie Sigbritt Willems was, Burgemeester van der Werff, Georges Lalaing of Simon Simonsz; wie kent de namen Samuel van de Putte, Pieter ’t Hoen, Cornelis over de Linden of Peter Rijnhardt? Van den Born weet deze lieden zodanig in het licht te plaatsen dat aan de hand van hun ervaringen een fenomeen uit onze vaderlandse geschiedenis tot leven wordt gewekt. En de ons wel bekende namen komen vaak tot ons in een onverwachte context zoals in het gedicht over Michiel de Ruyter dat begint met een lofzang op het bepaald niet aan zee gelegen Hongarije en aldus eindigt: “Want wie Debreḉen ooit bezoekt die stuit er / Verbaasd op ónze admiraal de Ruyter”, refererend aan het in die stad geplaatste standbeeld van onze nationale zeeheld. De titel van het gedicht luidt dan ook Landrottenheld. Elk fenomeen krijgt twee pagina’s, op de linker pagina telkens een korte beschrijving en toelichting en op de rechter bladzijde een elftal met telkens opschuivend rijm volgens het schema abc – bcd – cda – ee.

Twee fraaie staaltjes van elftallen van Jaap van den Born:

Over de Brabants “manager” van Elvis Presley, Colonel

Hij was niet wat je noemt theaterdier

Maar voelde snel dat daar veel geld in zat

De wereld, zag hij, zit vol idioten

 

Toen hij dus Elvis in de gaten had

Wist hij die jongen vlug omhoog te stoten

Maar niet uit eerbied voor zijn fraai gezang

 

En om dit moederskindje te promoten

Zat hij voortdurend op de eerste rang

Zo maakte hij zichzelf ook officier

 

Als kolonel bleek hij een slim strateeg:

Hij blies hem op en zoog hem daarbij leeg

 

Of over Multatuli, “Ik heb mezelf veel aangedaan”

Sociaal bewogen, gul, reclacitrant

Enghartig, ruim van geest, megalomaan

En steeds bereid om onrecht te bestrijden

 

Vol altruïsme in zijn eigenwaan

Godzoekend, vloekend, biddend, heiden

Bevrijder van de vrouwen, puur, seksist

 

Vervuld van hoon en spot, vol medelijden

En enkel vrede vindend in getwist

Een dienaar van ’t systeem en querulant

 

Hij was als eenling niet echt enkeling

Maar meer een LPF-vergadering

 

De Canon van Nederland van Jaap van den Born, ik kan hem u aanbevelen. Het is lichtvoetig en spitsvondig; in slechts enkele alinea’s worden figuren of gebeurtenissen uit onze geschiedenissen nog eens toegelicht en voorzien van light wel zeer smakelijk opgediend. De bundel van van den Born is verkrijgbaar bij de betere boekhandel (ISBN-10 90 76982 32 5) of rechtstreeks bij de uitgever www.liverse.nl

 

Enno Nuy, Juli 2007