Albert de Lange, 319 pagina’s

Huizen zonder vaders verscheen op de Nederlandse markt in een vertaling van Jan Blokker in 1964 in een buitengewoon saaie en nauwelijks enige zijdelingse informatie bevattende uitgave van Albert de Lange. De roman beschrijft het leven van gezinnen waaruit de vader in de oorlog wegviel vanuit het perspectief van twee vriendjes die in zo’n gebroken gezin opgroeiden. Jongens die al heel vroeg volwassen moeten zijn omdat de vader ontbreekt en tegelijkertijd die lange weg naar volwassenheid moeten gaan om alle tegenstrijdigheden van het leven te ontrafelen en doorgronden. Hoe kijk je naar je moeder wanneer zij niet getrouwd is en toch met een ‘oom’ samenwoont en zich vermoedelijk ook ‘met hem verenigt’? Is dat wat de mensen immoreel noemen? Hoe is het voor een zoon wanneer hij voor zijn moeder uit moet rekenen hoeveel oom Leo moet bijdragen aan het gezin omdat hij zijn verhouding met de moeder wel wenst te consumeren maar het vertikt lusten en lasten te delen? Hoe is het voor een moeder gevangen te zitten in een relatie met een hufter terwijl ze maar moet zien hoe ze de eindjes aan elkaar knoopt? En hoe is het voor een vrouw verder te moeten leven nadat haar geliefde, de vader van haar zoon, in de oorlog de dood in is gedreven door een overambitieuze luitenant? Hoe wrang wanneer deze luitenant na de oorlog in haar leven verschijnt en zich bemoeit met de literaire nalatenschap van haar echtgenoot die voor hij in dienst trad naam begon te maken als lyrisch-romantisch dichter.

Indringend is het door Böll beschreven moment waarop ze wraak zou kunnen nemen op deze luitenant maar dan opeens alles uit zich weg voelt vloeien. De leegte van dat moment, waarop alles vergeefs en zinloos, doelloos lijkt. Hier is Böll op zijn best, hier bewijst hij zijn meesterschap. Zo moet het leven zijn van alle weduwen uit iedere oorlog waar en wanneer ook; zo ook zal het ongeveer zijn voor alle oorlogskinderen die zonder vader op moeten groeien.

De vertaling is van Jan Blokker en dateert uit 1964. Er zijn wel enkele opmerkelijke slordigheden in deze vertaling geslopen: het kan zijn dat het groene boekje destijds practijk en rythme voorschreef, ofschoon ik daar aan twijfel. Maar ergens over schrikken was toch ook in 1964 fout. En het slaghout van het tafeltennisspel aanduiden als bat terwijl het toch echt batje moet zijn, merkwaardig, zeker voor Blokker.

Maar dit alles neemt niet weg dat Huizen zonder vaders ook meer dan een halve eeuw nadat het verscheen een kolossale roman blijft waarbij opvalt dat de schrijver de door hem beschreven levens binnenvalt zoals de oorlog hen destijds overviel. Opeens sta je midden in die levens en net als in het gewone dagelijkse leven is ook hier geen explicateur die je even vertelt wie wie is. Neen, Böll laat zijn karakters zelf voor zich spreken en zo duurt het een hele tijd voor je als lezer uit de gedachten en overpeinzingen van de personen hebt gedestilleerd wie bij wie hoort en in welke hoedanigheid. In het begin is dat lastig, je denkt af en toe iets gemist te hebben maar op een zeker moment passen alle stukjes in elkaar en is de sociale context opeens geheel duidelijk.

Ik herlees het werk van Böll graag. Een groot schrijver, deze man uit Keulen die naar verluidt altijd een gepakte koffer in de gang had staan, er kon zo maar een situatie ontstaan dat een overhaast vertrek onvermijdelijk zou zijn.

 

Enno Nuy

Augustus 2007