EM Querido’s Uitgeverij, 188 pagina’s

 

Eigenlijk vreemd dat ik niet eerder werk van K. Schippers las. Ik kocht dit boek omdat ik – doorgaans – houd van verhalen en beschouwingen over kunstenaars van divers pluimage. En Schippers stelt me niet teleur ofschoon ik op moet merken dat ik wel moet wennen aan zijn schrijfstijl. Vaak laat hij lidwoorden weg waardoor je de indruk krijgt opsommingen te lezen, soms lijkt hij dagboekfragmenten weer te geven en die blijven vaak zo ontoegankelijk, ook hier, vaak rapporteert hij in telegramstijl. En voor sommige kunstenaars heb ik niet bijster veel belangstelling, zoals voor Ingres en De Chirico. Toch lees ik de beschouwingen van Schippers over deze kunstenaars met plezier en graagte.

Maar ik veer pas echt op wanneer tal van Nederlandse kunstenaars en met name Friese tekenaars en schilders de revue passeren: Gerrit Benner, Sjoerd de Vries, Boele Bregman en andere namen die ik niet eerder tegenkwam zoals Hans Scholze, Christian Kuitwaard en ook de onvergetelijke Willem van Althuis, van wie ik wel werk zag – in Belvedere natuurlijk, waar anders?

Schippers was een van de initiatiefnemers van het tijdschrift Barbarber, zij pleitten voor realisme, van alle franje en onnodigs ontdaan. Dit Andermans wegen gaat over ‘richting’ en ‘van doel bevrijd’, over de Nulbeweging en trap en muren die je begeleiden zonder dat je ze in overweging hebt genomen.

J.J. Schoonhoven merkt daarover op: “je moet de werkelijkheid in essentie tonen. De werkelijke werkelijkheid van materialen, van gelokaliseerde dingen in geïsoleerde duidelijkheid”. Deze realisten lijken wars van interpretatie, duiding.

En Jan Hanlo – die een piano zonder zwarte toetsen bedacht, “dan gaat het makkelijker” – vraagt zich af waarom we ons een hert niet voorstellen met een kubieke meter lucht boven de schouders, die lucht is er immers wél. Hij geeft zelf het antwoord: omdat we er niets mee kunnen doen. Toch lijkt mij deze overweging een tamelijk zinloze. Lucht is overal en ongrijpbaar, we definiëren materie aan de hand van de contouren in de ijlte. Waarom zouden we lucht boven schouders meenemen in zo’n definitie, dan moet je de lucht tussen de poten ook meenemen, waar is dan de grens? Ik wil maar zeggen, soms kwamen deze kunstenaars uit op een nondiscussie. Maar die piano zonder zwarte toetsen is wel geestig natuurlijk ook al zouden van Beethoven, Liszt en Chopin er niet blij mee gewest zijn.

Jan Hanlo blijft een merkwaardig en in zekere zin trieste man, nog veel gelaagder dan Schippers hier te berde brengt. Kierkegaard – ik citeer hier K. Schippers – merkt op “dat voor een ironicus elk voorval zich voortdurend wijzigt zonder een vaste omtrek te krijgen. Wat je ook ziet, het blijft bij een vluchtig begin. Niet de armoede van het voltooide, maar de rijkdom van wat er maar even is en wat jou ook niet kan opslokken.”

Dit al met al heel ‘aangename’ boek van K. Schippers – ook al bevat het hier tamelijk enigmatische teksten – doet je voortdurend nadenken over werkelijkheid. En dat is precies wat de schilder Willem van Althuis bij mij teweegbracht. Wat zie ik, kijk ik wel goed, ben ik niet veel te achteloos, heb ik de blik niet zozeer op de einder gericht dat alles wat zich voor mijn voeten afspeelt, mij ontgaat, kijk maar er staat niet wat er staat? Ik noem het boek ‘aangenaam’ omdat het met liefde geschreven is, herinneringen oproept aan kunstenaars die het leven en de werkelijkheid serieus nemen. Vergeet de context die je zo gemakkelijk voor lief neemt, vergeet ideologie, doe afstand van je referentiekaders, kijk eens naar wat er is, direct waarneembaar. Laat dat eens op je inwerken. Van dit soort boeken krijg ik nooit genoeg.

 

Enno Nuy
Maart 2020