Reportages uit Albanie en Italie
Bas Lubberhuizen, 140 pagina’s

 

Heerlijk, weer een nieuwe uitgave van Joseph Roth, dit keer van een verzameling aan artikelen die hij schreef voor de Frankfurter Zeitung. In 1927 reisde Roth door Albanië en een jaar later door Italië. De weerslag daarvan vindt u terug in deze zoals gewoonlijk perfect verzorgde uitgave van Uitgeverij Bas Lubberhuizen. Voorafgegaan door een fraaie inleiding van Piet de Moor en een nawoord van de onvermoeibare (en uitstekende) vertaalster Els Snick. Om een of andere reden hebben die Vlamingen gewoon meer met Joseph Roth dan wij Nederlanders.

Wat onmiddellijk opvalt is de ongewone literaire kwaliteit van de reportages van Roth. Zulke artikelen lees je nog maar zelden in de kranten van vandaag. Puur genot om de prachtige taal van Joseph Roth te lezen, zoals: ‘Het licht mag dan uit het Oosten komen, daglicht vind je alleen in het Westen’ of ‘Hij heeft dode tegenstanders op zijn geweten en levende in zijn land’. Maar voor we aan Roth beginnen vergast de Moor ons nog op een prachtige samenvatting van de geschiedenis van de eerste helft van de twintigste eeuw door de Britse historicus Misha Glenny: ‘Hitlers expansie- en veroveringsplannen in het Oosten kwamen voort uit een ongebreideld racisme en een geperverteerde sociaal-darwinistische ideologie. Het Italiaanse rijk kwam voort uit stompzinnige ijdelheid’.

Roth reist door Albanië en vraagt zich in Tirana over al die gesluierde vrouwen en al die mannen af: ‘ze zijn stom als dieren en afwerend als de doden’. Maar wat doen ze achter hun muren? ‘Deze gesluierde vrouwen, deze talloze zwerfhonden die de wind aan de lijn voert, deze fezzen op vette kruinen en tulbanden op baardige gezichten, deze pittoreske bloedwraaknemers met trommelrevolvers bij wijze van buik en een geweer bij wijze van paraplu – al die geld verdienende, handeltjes drijvende, op postjes corruptie plegende exotische filisters zijn compleet overbodig en niet van deze tijd’. Albanië, concludeert Roth, is keurig onderweg van de bloedwraak naar de Volkenbond.

En als Roth de sociaaleconomische fysionomie van dat kleine bergachtig staatje beschrijft ziet hij onder meer een groot deel: bezitloos, weerloos, zware slavenarbeid verrichtend landbouwproletariaat naast een klein deel: zeer rijke, almachtige maar voortdurend interne vetes uitvechtende grondbezitters.

Even wrang als schitterend is zijn artikel over de eeuwig exercerende soldaten in Albanië. Voor wie exerceren ze in vredesnaam? Roth: ‘Toch niet voor het vaderland? Want de helft van het vaderland is altijd misnoegd over de regering van dat moment – om idealistische redenen. Een ander kwart van het vaderland is door Zuid-Slavië en het resterende vierde deel door Italië omgekocht’. En dan concludeert hij dat het Albanese leger exerceert omdat het dom is en waar hij eerder zei dat dat leger het merkwaardigste ter wereld was, corrigeert hij nu zichzelf: ‘Alle legers op de hele wereld zijn merkwaardig, hoogst merkwaardig…’.

Nog zo’n juweeltje is ‘Waar de wereldoorlog begon’. En opeens is daar die bijna poëtische zin: ‘Het meisje was lichtblauw, zacht, dichtbij, met koele adem, een ochtend in de middag’. Dit soort zinnen vind je in alle reportages van Joseph Roth terug. Het al even prachtige Wat een incident op de Balkan betekent sluit Roth af met de waarneming: ‘Op de Balkan komen de bliksems altijd bij heldere hemel, en wolken staan er zelden voor onweer’. Ik neem toch aan dat er niet veel soortgelijke artikelen in de kranten van die dagen stonden. Had Roth een grote schare bewonderaars onder zijn lezers? We weten het niet maar ondenkbaar is dat bepaald niet en onverdiend zou dat zeker niet zijn geweest.

De laatste paar reportages gaan over het Italië ten tijde van de opkomst van Mussolini. Zijn krant vond die artikelen uiteindelijk te kritisch en ging over tot het censureren van Joseph Roth, die een uiterst scherp waarnemer was. Hij beschrijft hoe Mussolini al zijn bewegingen en gebaren tot in den treure geoefend moet hebben en ziet hoe in Italië de fascistische catechismus onderwezen wordt waarvan het credo in grote lijnen luidt: ‘Ik ben Italië, jouw God en gebieder, ik geloof in het genie van Mussolini, in onze heilige vader het fascisme, in de vergeving van de fascistische martelaren, in de bekering van de Italianen en de opstanding van het Imperium – amen’. Het laat zich raden dat niet iedereen zulke waarnemingen kon waarderen.

Een van de meest ontroerende verhalen is het laatste uit deze heerlijke bundel onder de titel Geschenk voor mijn oom. De oom die uit principe geen boeken meer las maar desondanks van zijn neef de boeken van Joseph Conrad cadeau kreeg. Neef Roth vertelt de oom over de boeken van Conrad: ‘Ze zijn zo overrompelend als de zee. U bent niet meer de jongste, beste oom. U zult de oceaan niet meer leren kennen, de scheepskaarten zijn te duur. U moet de oceaan lezen’.

Ik heb het vaker gezegd, Joseph Roth is allang niet meer onder ons, hij stierf onder erbarmelijke omstandigheden in een ziekenhuis in Parijs maar hij is en blijft tot de dag van vandaag en alle die nog volgen ongekend actueel. Wat een prachtschrijver!

 

Enno Nuy, juni 2019