De Bezige Bij, 141 pagina’s

Het jongste boek van Claudio Magris heet Momentopnamen en bevat een aantal persoonlijke notities tussen 1999 en 2016. De foto op het omslag van de (voortreffelijke) Nederlandse vertaling (Linda Pennings) van dit boek is een ergens aan een strand genomen snapshot en grappig genoeg lijkt dat een perfecte weergave van de sfeer van de hier verzamelde mijmeringen. En dat niet alleen omdat de schrijver meermalen melding maakt van het steenstrand in Barcola, een kuststadje vlak boven zijn geboorteplaats, Triëst. De biotoop waar hij zich het meest op zijn gemak lijkt te voelen.

Magris is een boeiend schrijver, zoals we weten sinds Donau, Blindelings en Het museum van oorlog. Hij heeft een heldere schrijfstijl en weet doodgewone scenes te paren aan verrassende gedachten en slaagt er vervolgens in dat op een fraaie, weldoordachte wijze te verwoorden.

En gaandeweg tracteert hij ons op fraaie aforismen. Zoals: Leven is per definitie gevaarlijk, wie leeft sterft; of: Brood en wijn, die op een broederlijk verzorgde tafel de medemenselijkheid bezegelen, worden een liederlijke braspartij bij schransende machthebbers die de taart onder elkaar verdelen en pretenderen de wereld te verdelen, zoals wanneer Churchill en Stalin in Moskou een magnifieke steur en de onfortuinlijke Balkanlanden verdelen; of: We horen de worm niet die aan het hout knaagt, we zien de pop niet die een vlinder zal worden, we merken het dichtslibben van de aderen van de Geschiedenis niet op.

De thematiek van deze korte stukjes is uiterst divers. Een oudere man weet een jonge vrouw te beschermen tegen onhoffelijke jongens maar wordt vervolgens door zijn echtgenote tot een gedweeë, gehoorzame man getemd, een automobilist schaamt zich voor zijn ongeduld jegens een foutgeparkeerde jonge moeder, een deelnemer aan een congres valt tijdens een voordracht in slaap enzovoort. Maar ook Thomas Mann passeert de revue, evenals de Berlijnse muur en Medusa.

Stuk voor stuk juweeltjes, deze korte mijmeringen en herinneringen. En niets is zo moeilijk als korte stukjes schrijven die zonder uitzondering meer dan de moeite van het lezen waard zijn. Maar dat is de woordkunstenaar Claudio Magris wel toevertrouwd.

 

Enno Nuy, mei 2019