Lent, H. van – MAX von BADEN

image_pdfDit artikel downloadenimage_printDit artikel uitprinten

Professor Sickbock met  Rode Zon en Mandolinen

 

De zon en de maan en de Zangeres Zonder Naam. Pak je youtube en droom: als op Capri de rode zon….. Beneden rimpelt de zee om de rotsen, groene bloei om je heen, klimmen naar de villa van Keizer Tiberius. Geluksgevoel, want mandolinen speelden zachtjes van amore ( youtube!). Keizer, Capri, natuur, villa….  Het kan nog een stuk keizeriger: zie je daar de villa San Michele met haar adembenemend uitzicht?  Schoonheid pakt je bij de kladden- voor geld is veel te koop, maar smaak niet!

Half Capri behoorde eens aan Axel Munthe (1857-1949), Zweed, arts en maatschappelijk succesnummer. Een zelfverzekerd man met fenomenale contactuele vaardigheden. Presenteerde zich als superieur wetenschappelijk talent en bewoog zich op het glanzend parket van diplomaten en adel zonder enige schroom. Nam nergens en nooit een blad voor de mond, kon soms tot het ongegeneerde toe dingen eruit flappen, maar misschien juist dáárom een geliefd gezelschapsdier. Speelde piano, had een goede bariton in de keel, sprak zijn talen, kende zijn klassieken: een man met wat wij “Bildung” noemen (noemden??). Door zijn show-attitude gecombineerd met onmiskenbaar vakmanschap liep zijn praktijk als een trein; ook internationale toppers en hoogaanzienlijke aristokraten wilden door hém behandeld worden. Capri was hem vaak te nauw: in Rome bezat hij óók een niet kleinzielig optrekje. Kijk daar! Twee prachtpaarden die een koets én de aandacht van het publiek trekken; op de bok een in passend tenue gestoken koetsier en de palfrenier ernaast; in de koets de dokter, begeleid door twee honden van het edelste Engelse ras en een (uiteraard!) bekend persoon: een edelman, een jeugdige beauty, je kunt het wel bedenken. De dokter trots op zijn contacten met de upper ten; de upper ten trots op het contact met de dokter.

Dat was echter maar één  kant van deze bijzondere man. Munthe had meer te bieden: hij had zich na zijn studie in de neuro-pathologie toegelegd op psychologie. Hij masseerde ’s mensen ziel door intensieve gesprekstechniek. Hij ontleedde je met hulp van physiotherapie en hypnose. Consult bij Munthe kon lijken op een spiritistische sessie of op  een oefening in slaapwandelen. Hij stelde de meest persoonlijke vragen, en luisterde geduldig naar de verhalen van zijn cliëntèle. Kort en goed: hij gaf je het gevoel dat je pas mens was wanneer je zijn spreekkamer frequenteerde. Eventjes bij een receptie of tuinfeest langs je neus weg opmerken dat je bij Munthe liep, en je steeg met sprongen in de pikorde. Hij was niet je helper: hij was degene die je meester was. Hij zat precies in het epicentrum van de tornado’s vol nervositeit en onbewuste ontevredenheidsgevoelens, die in het fin de siècle immers strijk en zet waren. Veel vakbroeders spraken over hem  zoals TomPoes-lezers misprijzend spreken over Professor Sickbock, het dubieus genie, maar dat deerde niet; het bevorderde alleen maar zijn bekendheid, met als tastbaar resultaat dat wat de toerist nu nog kan zien: villa  San Michele – Villa Watertanden!

Tot zijn hoge patiënten behoorde Victoria, dochter van de groothertog van Baden, Friedrich I, die de eer had getrouwd te zijn met de enige dochter van Wilhelm van Pruisen. (Dat is de Friedrich die in 1871 in Versailles zijn schoonvader tot Keizer uitriep; de scène staat op het bekende schilderij van Anton von Werner). Victoria, Vicky voor haar intimi, was getrouwd met de Zweedse kroonprins, maar kon in Stockholm niet aarden. Zij werd door angstvisioenen geplaagd zogauw zij eraan dacht, dat haar man eens de Zweedse troon zou bestijgen en zij dus Koningin zou worden in een haar nog steeds vreemd land. De oplossing voor haar kwalen lag voor de hand: op naar Capri! Wanneer haar man vanwege verplichtingen niet mee kon, werd neef Max gecharterd. Deze Max werd als  kind van zijn tijd natuurlijk zelf ook door problematieken geplaagd – waarover verderop meer- en dus was ook voor hem  de analysebank van dokter Munthe een aantrekkelijk perspectief.

Dr. Max en das Militär

De vader van Max(imilian Alexander, 1867-1929) leefde in de schaduw van zijn broer, Badens groothertog. Hij was (uiteraard!) een rusteloze ontevreden man, continu strevend naar een eigen levensvulling, hetgeen hem een wisselvallig maar weinig succesvol bestaan opleverde: een man van twaalf ambachten en dertien ongelukken. Thuis had hij niets te vertellen: zijn vrouw was een uitermate dominante Russische prinses, die zich in Karlsruhe qua aanzien gedeplaceerd voelde, geen woord Duits over de lippen wenste te krijgen (ze sprak uitsluitend Russisch of Frans) en eind goed al goed zelfs niet naast haar man begraven wilde worden: ze werd na haar dood bijgezet in de Russisch-Orthodoxe kerk in Baden-Baden. Hun zoon (dat wél!!) Max wilde nog tot na zijn middelbare schooltijd het liefst in de buurt van moeders rokken blijven. Maar als neef van de groothertog was hij gehouden aan wat van een edelman verwacht kon worden: etiquette, talenkennis, paardrijden, jacht en dergelijke. En vanzelfsprekend: een akademische opleiding, in dit geval in de rechten, aan diverse universiteiten. Niet helemaal zijn cup of tea: liever zocht hij een ontsnappingsroute, en wel een innerlijke: de wereld van litteratuur en muziek. Zijn studie ging dan ook met horten en stoten: Max kon zich niet concentreren en moest zichzelf dag in dag uit  overwinnen. Hij schreef aan zijn neef dat hij verlangde naar “die liebe Sonne der Kunst und Poesie”, naar Wagners opera’s en naar Byrons romantische bijna manische held Harald, eenzaam, kwetsbaar, rusteloos. In plaats van achter studiepunten aan te jagen waagde Max zich zelfs aan het schrijven van een mythologisch drama getiteld “Dido”. Maar zijn hertogelijk prinsenbloed verplichtte hem: na het afsluiten van zijn rechtenstudie mét doctorstitel zónder dissertatie (!) riep hem het enige waar een man van zijn afkomst voor diende te gaan: de militaire opleiding; en waar kon je die beter volgen dan bij de Pruisen? Hij vertrok in 1889 naar Berlijn, “gegen meine innerste Überzeugung” schreef hij aan een vriend. Hij hoefde zich in de hoofdstad niet te verlagen tot tijgeren, zand happen of links-rechts in de pas, want conform zijn status kreeg hij alras de rang van Garde-Kurassierofficier. De dagelijkse plicht van zo’n officier bestond uit inspectie van soldaten, paarden en uniformknopen, en vaak uit  manoeuvres bijwonen cq leiden, en daarna – om in conditie te blijven – uit wat paardrijwedstrijden en ludieke degengevechten.  Zo’n adellijk garderegiment was er voor representatie: in volle pracht verschijnen bij optochten en plechtigheden, zeker wanneer de Keizer zelf aanwezig was. De diensttijd voor een edelman als hij had vaak meer weg van een studentenvereniging, waar je de foeten kon afblaffen om daarna met de ouderejaars je eigen ding te doen. Deze weinig vermoeiende bezigheden vormden de omraming van iets veel belangrijkers: het onderhouden van contacten met Berlijnse  kringen die “ertoe deden”.

Homonieuws  uit Berlijn

Het was plezierig toeven in de officiersmess, waar in de kleinere uurtjes de alkohol victorie kraaide. Niet iets wat wij associëren met Pruisische militaire tradities!  Menige feestmaaltijd werd daar opgediend, omtoeterd door de militaire kapel; en dan gingen de voetjes van de vloer, waarbij bij ontstentenis van vrouwen heer met heer danste – een festijn, soms gekleurd door homo-erotische sfeertjes en, naar men fluisterde, dito praktijken. Het was niet voor niets dat de commissaris van politie in Berlijn een lijst liet aanleggen van maar liefst honderd hoge personen (onder wie ook Max) die mogelijkerwijs met iets als een homo-scene te maken zouden kunnen hebben of er al tot hun nek inzaten. Niet om die groep op te pakken, maar juist om die eventueel uit de publiciteit te houden- wat van pas kon komen gezien de toenemende invloed van “de media”. Journalistiek speurwerk bracht evenwel soms interessant (niet zelden fake) nieuws over dat soort kringen aan het licht: adel en royals scoren in krant of tijdschrift – ook toen. Het was herhaaldelijk smullen geblazen: roddels hier, anonieme beschuldigingen daar, spannende onzin weer elders. Wat vind je, lezer, bijvoorbeeld van deze – het gaat over de Yorckstrasse 11, de woning van graaf Friedrich von Hohenau:
Das Haus ist ein Bordell, welches sich von anderen Hurenhäusern dadurch unterscheidet, dass hier nicht der Mann die Frau, sondern die Männer  unter sich und die Frauen auch unter sich vögeln, lecken und Kurzweil treiben”.
Een krant waar zoiets in staat, koop je natuurlijk meteen.

Connecties her en connecties der 

Net als veel anderen besteedde ook Max graag zijn vrije tijd aan het aanknopen en onderhouden van connecties in het Berlijnse- vooral door bezoek aan culturele avonden waar hij gesprekken kon voeren over kunst en schoonheid met geestverwanten, onder wie veel personen uit de hogere burgerij. Max was een galante slanke goed uitziende officier van hoogste adel, een onderhoudende gespreksgenoot, altijd bescheiden, vriendelijk en beleefd, een fijnzinnige estheet, een edelman die ook bij de Keizer, een neef van hem, over de vloer kwam.. Je kon hem bij de Bayreuther Festspiele tegenkomen, aan het hof in Londen of in Sint-Petersburg, en bij neef  Wilhelm II. Zonder daar specifiek op uit te zijn creëerde hij zo in Berlijn een groot netwerk en dat zou later van eminent belang blijken. Tevens deden over Max geen kwaadsprekerige verhalen de rondte. Een Heer dus met wie iedereen eer inlegde. En omdat de zoon en dus opvolger van de groothertog geen kinderen had, zou Max na hem de troon van Baden bestijgen.
Ik hoor het je zeggen, lezer:  de ideale schoonzoon.

Max moet trouwen 

Maar helaas, in de kabel zat een kink:  cherchez la femme was niet aan Max besteed. Hij was naar eigen zeggen tegenover het aanminnige geslacht “weniger glücklich begabt”. Dat was eufemistisch uitgedrukt. Max wist al sinds zijn puberteit, dat hij homofiele neigingen had, en je kunt in brieven aan vrienden uit die tijd vrij directe uitingen daarvan aantreffen. Homo-zijn was tot daar aan toe, maar openlijk de regenboogtrui aantrekken volstrekt uitgesloten. Of Max zijn homo-erotische aard in daden heeft omgezet, is in elk geval onbekend. Omdat Max, zie boven, in Baden opvolger was, moest hij optreden in een voor hem ver-van-zijn-bed-show: verkering, huwelijk, kind. De dynastie mocht niet uitsterven, dat was duidelijk. Ik heb al verteld,  dat de militaire wereld niet zijn terrein was-  nu kwam er nog bij, dat afkomst en toekomst hem samen het huwelijksbed in wilden manoeuvreren. “Familie und Land Baden wollen mich zum Zuchthengst stempeln”. Na na, Max! In alle stilte had hij al eerder hulp gezocht om te leren leven met zijn neiging. Het baatte niet: vrouwen  bleven hem panische angst inboezemen. Zijn maag kromp ineen bij al de goedbedoelde woorden van zijn ouders en van de groothertog, bezorgd als die waren om de continuïteit van de dynastie; maar ook was daar de stem des volks, soms krantenartikelen – iedereen had zo zijn  hoge verwachtingen van mooie Max. Het slachtoffer ging na veel vijven en zessen door de knieën – het offerde zich op het altaar van familie, plicht en maatschappij. De bruid vond de familie bij de schuchtere lieve Marie Louise, dochter van de ex-koning van Hannover, die in Oostenrijk in ballingschap leefde. (Hannover was in 1866 door Pruisen geannexeerd). In 1900 was het zover: Max gaf het ja-woord. Naast de crème de la crème uit alle windstreken kwam Keizer Franz Joseph feliciteren, en de Pruisische Koningin kwam over om een vorstelijk handje te schudden. Een societygebeuren van heb-ik-jou-daar.

Een Trio 

Heb ik jou daar? Dat dacht Marie Louise ook. De bruid was vanaf nacht-1 verbaasd dat die galante aardige bruidegom geen bereidheid vertoonde tot actie over te gaan. Integendeel, die drukte zogezegd zijn snor, zocht excuses waar ze maar te vinden waren en vermeed zijn geliefde zo veel en vaak als mogelijk. Max moet een vreselijke tijd gehad hebben, Marie Louise nog meer. Na vele vele maanden was er nog geen enkel teken dat het Badense vorstenhuis met een baby zou worden verblijd; land en volk en familie begonnen onrustig te worden, en natuurlijk: de pers bemoeide zich ermee. De Pruisische ambassadeur in Karlsruhe seinde naar Wilhelm II, dat er enige onrust heerste, waarop de Keizer, nooit vies van een sweeping statement, klipp und klar reageerde: “Er ist eben impotent, der Schlappschwanz”- dat heeft geen vertaling nodig!

We weten inmiddels, dat nicht Vicky geregeld haar toevlucht zocht bij de wonderheelmeester op Capri en dan vaak door Max begeleid werd. Max voelde zich op Capri, als gast van Munthe, ver van de huiselijke slaapkamer, als herboren. Wat lag er meer voor de hand, dan dat hij de dokter zelf ook als trouble shooter benutte?  De ongelukkige bruidegom begon over zijn problemen, zijn angst voor vrouwen en seks te praten; zijn verhouding tot Munthe kreeg zodoende al gauw emotionele trekken, die de dokter eerder stimuleerde dan tegenging. Max kwam in psychisch- emotioneel vaarwater terecht en legde in feite de toekomst van het Badense vorstenhuis in handen van de dokter. Die probeerde het een en ander om Max op het juiste spoor te zetten dat moest leiden naar de kraamkamer, maar kreeg alras in de gaten dat zijn genezingsconcepten Max’ eigenlijke  probleem niet oplosten. Wat te doen? De sessies afbreken? Of een zéér bijzondere therapie wagen? Hij koos voor het laatste. Hij vertrok met Max naar Karlsruhe en daar – houd je vast – stelde hij het echtpaar een origineel vruchtbaarheidsritueel voor: niets minder dan een ménage à trois. Kasteel Salem, gelegen bij het Bodenmeer, was de plaats waar hij, de arme Max en de arme Marie Louise ongestoord een tijd samen konden zijn. Wat zich daar precies heeft afgespeeld, is niet te achterhalen. Uit een gedicht dat Max in de daaropvolgende periode aan Munthe stuurde, zou een vakkundige close reader misschien iets kunnen afleiden. Heeft Munthe via  homo-achtige toespelingen of  erotische gesprekken Max opgewonden en gestimuleerd tot een ejaculatio dynastica? Is Marie Louise via  KI bezwangerd? Heeft de dokter hypnose en suggestie extra sterk in stelling gebracht? Of – waarom niet? – is het Munthe zelf geweest, die de rol van verwekker op zich heeft genomen en is hij de vader van de inderdaad negen maanden later geboren dochter? Voer voor DNA-freaks. Hoe dat zij: de geheime sessie(s) moet(en) voor Max en zeker voor zijn vrouw een gruwel zijn geweest. Zij zweeg, Max zweeg, Munthe zweeg. In ieder geval wordt er altijd één beter van: Munthe, teruggekeerd op Capri, zette zich meteen aan een schitterende nieuwbouw, de Torre di Materita, en je hoeft niet lang te raden uit welke zak de rekening betaald is, en waarom.

Max en zijn vrouw leefden – voordien en nadien – veelal gescheiden: zij was vaak in Oostenrijk bij haar familie, hij soms in Berlijn vanwege militaire verplichtingen; veel wandelde hij met vrienden in de Zwitserse bergen. Hij knapte daar naar eigen zeggen zodanig van op dat hij zijn leven ontspannen kon overdenken: de hoogtes deden religieuze gevoelens ontwaken die hem de betrekkelijkheid van het aardse deden beseffen. Het leven hier, schreef hij aan Cosima Wagner in Bayreuth, zorgde ervoor dat hij zich gelukkig voelde. Maar wanneer hij verzaligd omhoog keek naar Matterhorn of Pilatus, zag hij opeens ook iets héél anders: het zwaard van Damokles! Want een dochter is leuk,  maar het ultieme doel was: een troonopvolger, een zoon. Inderdaad werd – na een tweede geheime sessie met de wonderdokter op slot Salem – in 1906 zoon Berthold geboren.

1914

Toen Maximilian Harden in zijn magazine “Die Zukunft” een boekje open deed over decadentie in hoge kringen en daarbij ook de ambiance van de Keizer even meenam- de “Eulenburg-affaire”-, kon het niet uitblijven: het Pruisisch leger en het landsbestuur stonden nogal in hun hemd; dat riep om reactie. Een snelle aanpak was vereist. Viriliteit was nu de leus: geen Ritter, maar Krieger!  Of iemand van adel was, werd minder belangrijk: professionaliteit was gevraagd. De stijgende gebruiksfrequentie van woorden als Kampf, Mut, Held en dergelijke is opvallend. De veranderende sfeer in Berlijn was niets voor Max. Niemand maakte bezwaar, toen hij in 1911 Wilhelm ontslag uit dienst vroeg, en direct kreeg. Nieuwe hoofdbrekens op zijn pad: hoe moest hij zijn leven nu verder inkleden? Iets van een oplossing leek te  komen door het bevel van de groothertog om voorzitter te worden van de Badense senaat. De afgevaardigden, met de SPD in de meerderheid, zagen in hem een tot reformen geneigde moderne edelman, een liberaal met gevoel voor de gewone man. De linkse (pleonasme?!) pers: “De bij het volk buitengewoon geliefde prins streeft naar progressie en liberalisme”. Een wat al te optimistische taxatie.

Wreed is de werkelijkheid: het is augustus 1914. Ook de Badense soldaten trekken ten strijde. “Es wird ein furchtbarer und mörderischer Krieg – da ist kein Zweifel möglich”, aldus Max, die als groothertogelijke Generalleutnant moeilijk thuis kan blijven zitten. Hij nestelt zich in een commandocentrale in de Elzas, ziet doden en gewonden, hoort granaten gillen, begrijpt niet waar de soldaten hun lef vandaan halen. Na twee weken is hij ziek zwak en misselijk alweer terug in Karlsruhe, want, schrijft hij, “Ik heb gemerkt, dass ich für den Krieg nicht geeignet bin”-  ja, dat hadden zijn collega’s allang in de gaten: hij was aan de frontsector min of meer genegeerd, zat erbij en keek ernaar. Geen Krieger, hooguit Ritter. Eerlijkheidshalve moet worden opgemerkt, dat Max niet de enige adellijke was die – nu het echt menens was – spottend Kriegstourist werd genoemd.

1917

Drie jaar later, in 1917, bezorgde Max zijn imago een nieuwe dreun. Een boezemvriend, geologie-professor Wilhelm Paulcke, oorlogsvrijwilliger, was in de loopgraven tweemaal gewond geraakt en liet zien wat het betekent voor het vaderland te strijden en je leven in te zetten. Hij waarschuwde Max: geen woorden, maar daden!  Zuchtend en steunend kon Max niet anders dan zijn generaalsuniform uit de mottenballenkist halen en vertrekken naar “zijn jongens” in Montmédy (ergens achter Verdun, waar het nu rustig was) die behoorden tot het vijfde leger onder Von Gallwitz. Het is bijna komisch het commentaar van de generaal te lezen, als het niet ook zo zielig was: prins Max is gekomen om de Badische troepen te bezoeken, maar “der gute Herr”  heeft zich vantevoren over niets laten inlichten, weet niet eens waar zijn Badeners zich bevinden; zijn aanwezigheid is alleen maar lastig. En zo werd Max stillekens naar huis teruggeschoven.

De Fransen hadden al op 15 juni 1915 Karlsruhe met bommen bestookt, het gezin-Max vluchtte toen de schuilkelder van het paleis in. Op 20 juni 1916 waren er bij een nieuwe luchtaanval tegen de 200 doden gevallen, het aantal gewonden was niet te tellen. Reden genoeg om de familie naar slot Salem, de lezer inmiddels welbekend, te evacueren. Nu, een jaar later, komt de prins van Baden terug van het front zonder een prestatie te hebben neergezet. De bitterbeker vol kritiek uit eigen gelederen, uit eigen volk staat al klaar: “Bademax”. Een vreselijke tijd. Hij verzadigt zich aan nostalgie (“Als op Capri de rozentuinen bloeien!”) en hypochondrie: hij wil iemand anders zijn, maar hoe doe je dat? Hij vlucht naar voren en houdt een rede in de Badense  Volkskammer, waarin hij de helden aan het front looft in kleurrijke bewoordingen. Stoere taal van een man vol angst en zelftwijfels. Woorden en geen daden? Bademax vindt iets wat hem wél ligt: een functie bij het Rode Kruis; zo kan hij zich verdienstelijk maken voor gewonden en ruil van krijgsgevangenen bewerkstelligen via contacten met buitenlandse hulporganisaties. Max heeft  waarachtig veel gedaan op dit gebied. Hij lobbyde bij zijn netwerk in de hoofdstad, confereerde met functionarissen en zakenlieden om hulp bij zijn humanitaire activiteiten te vragen, onderhandelde veel in Zwitserland met vertegenwoordigers van de vijand. Hij heeft zich speciaal ingezet voor Russische krijgsgevangenen: dankzij zijn moeder sprak hij immers vloeiend Russisch. Menigeen was onder de indruk van de hooghertogelijke welzijnswerker – het was immers bijzonder dat een edelman zich met dát soort dingen bezighield. Natuurlijk ook spotters genoeg: die spraken van de “Sanitätsgeneral”.

Max voelt kriebels 

September 1918. Het voorjaarsoffensief is mislukt en Wilson moet nu snel op zijn  veertien onderhandelingspunten van januari antwoord krijgen. Zelfs de Oberste Heeresleitung (OHL) dringt voor het eerst aan op onderhandelingen.

Max had al tijdens zijn filantropische werkzaamheid ook geregeld met zijn connecties van gedachten gewisseld over de toestand, militair en politiek, en had toen onder meer Oberstleutnant Hans von Haeften ontmoet, de vertegenwoordiger van de OHL in Berlijn. Von Haeften was een intelligent en cultureel bevlogen man, iemand die in  verste verte niet voldeed aan het standaardbeeld van de Pruisische militair, en dus iemand bij wie Max zich direct thuis had gevoeld. Hij had moed gevat om Haeften lange brieven te schrijven, waarin hij zijn privé-opvattingen filterde over “hoe het verder moest”. Door zijn betrokkenheid slaagt hij er – zonder er doelbewust op uit te zijn – indruk te maken. Een prins die bestuurlijk denkt, die open staat voor  opwaardering van de Rijksdag en een parlementaire monarchie, een Zuid-Duitser, ook nog een neef van de Keizer, die door zijn werk voor krijgsgevangenen in het buitenland goed zal vallen, een intelligent man met een uitgesproken afkeer van die Angelsaksische bacil, genaamd demokratie (¨ middelmatigheid en heerschappij van de massa en van volksmenners”) – Max is opeens iemand. “Er wordt zelfs her en der met het idee gespeeld mij kanselier te maken”, had Max toen geschreven, “Ik moest erom lachen, maar ik loochen niet dat ik het tot mijn eigen verbazing opwindend vond.” Maar, zegt hij er meteen bij: “Het is toch een teken van armoe, dat juist mijn naam circuleert, terwijl ik geen enkele kennis van zaken heb en me nog nooit met politiek heb beziggehouden! De enige reden om me niet aan een leidinggevende taak te onttrekken zou zijn: het vaderland  in nood te helpen en de dynastieke cultuur te bewaren. To be chosen, not to choose, das sagt ungefähr, was ich empfinde”.

In 1918 zit Max in Berlijn in het befaamde hotel Adlon aan de lunch met enkele belangrijke personen. Ook Friedrich Ebert is aanwezig, een van de voormannen van de socialisten (SPD), de grootste fractie in de Rijksdag. Behalve dat Max vaststelt dat Ebert nogal van een borrel houdt, is hij ook ingenomen met de monarchistische overtuiging van de socialist en met diens afkeer van revolutie. Ebert is niet de enige die bang is voor het Bolsjewisme dat inmiddels  uit Rusland aan het overwaaien is. De SPD wil geen macht, alleen invloed op de macht, aldus Ebert. Hij dagdroomt over een nieuw type regering: een afspiegeling van de partijen in de Rijksdag onder leiding van een vorstelijk iemand. Zou prins Max  niet misschien…….

Marcus Curtius springt erin

Het is zonneklaar: Max hoort de Sirenen zingen en lokken. Hij denkt aan Marcus Curtius, de Romeinse edelman, die met zijn paard in een afgrond sprong, omdat een orakel had verkondigd dat alleen door zo’n offer Rome kon worden gered. (Waar dit gebeurde, kan je nog altijd  op het Forum Romanum zien: er is een plaquette opgesteld). Hans von Haeften wijst Max herhaaldelijk op zijn geschiktheid, ook prins Rupprecht van Beieren, een krachtige persoonlijkheid en gezegend met verstand, doet een overtuigende duit in het zakje. Een van Max’ beste vrienden, Kurt Hahn, die lange tijd in Oxford heeft gestudeerd en Engeland op zijn duimpje zegt te kennen, houdt hem voor, dat hij als kanselier bij de Engelsen goed zal vallen (“een alombekend filantroop, door het volk vertrouwd, iemand tegen wie niemand iets kan hebben”), en dus de vrede naderbij kan brengen. Alles staat of valt echter met de instemming van Ludendorff, de chef van het leger, in feite sinds 1916 de baas in Duitsland. Ook die – via Haeften- dringt er bij Wilhelm op aan eens aan Max te denken, niet zozeer uit vaderlandsliefde, maar meer uit eigenbelang – zwakke kanselier: nóg meer handelingsvrijheid voor de OHL.

Het militaire apparaat vormde een eigen kategorie. Dat was niet hinderlijk zolang een persoonlijkheid als Bismarck aan de politieke touwtjes trok. Maar onder diens opvolgers viel de slagschaduw van de militairen alsmaar sterker over het steeds zwakker wordende politieke bedrijf. De OHL onttrok zich met steeds grotere snelheid aan elke controle vanuit Berlijn. Achter de vaderlijk overkomende Hindenburg verschool zich de man die bepaalde wat wel of niet moest gebeuren: Ludendorff.

De eerste reactie van Wilhelm:  “Die Max von Baden heeft nog nooit iets gepresteerd”, maar hij gaat geleidelijk overstag. Na een onderhoud met Max lanceert hij alvast een schot voor de boeg: “Du hast dich nicht angeboten (!!), um der OHL Schwierigkeiten zu machen”.
Max wordt op 3 oktober benoemd tot achtste kanselier van het keizerrijk.

De media reageren voorzichtig en meest afstandelijk op het bericht. Euforische columns worden niet geschreven – daarvoor is Max bij pers en publiek te onbekend. De Rijksdag hult zich, zoals gebruikelijk, in afwachtend stilzwijgen, al juichte Ebert enthousiast: “De demokratie wordt nu geboren!” Daarentegen generaal Von Einem: “Wer hätte an den Bademax gedacht und nicht gelacht?” En ook ex-stafchef Von Falkenhayn was niet in zijn sas met Bademax: “Ein schlechter Scherz”.
Bademax zelf, nu het zover is trillend op zijn benen: “Ik voelde me als iemand die ter dood veroordeeld is maar dat in zijn slaap vergeten was “.

Hoofdpijndossiers

4 oktober. Max stelt een kabinet samen – een novum: twee SPD-ers!  Hij leest in de Rijksdag het antwoord aan Wilson voor dat hij had geschreven. Zijn adviseurs hadden er evenwel driekwart aan veranderd.

Max in zijn memoires: “Had ik mijn eigen tekst maar aangehouden! Wilson zou ongetwijfeld met felle reacties gekomen zijn en zou dan te  kijk staan als degene die hij ondanks zijn mooie woorden was: een ophitser. Misschien hadden we toen nog de moed gehad de wapenstilstandsonderhandelingen af te breken – in november was dat niet meer gelukt”.

 8 october:  Max schrijft aan Wilson dat hij instemt met diens 14  punten, en gaat ervan uit, dat de Geallieerden zich ook daaraan committeren.

Max in zijn mémoires: “Helaas had een Franse journalist inzage gekregen in een brief van mij uit januari 1918. Daarin had ik scherpe kritiek geuit op de 14 punten van Wilson, en de Geallieerde politici een stelletje fraseurs genoemd. Maar nu was  ik kanselier en ik moest onderhandelen omdat vóór mijn aantreden daartoe besloten was. Als ik mijn eigen plan had  kunnen trekken, dan was het allemaal anders gelopen”.

“Had ik maar” of: “Als ik toen had….” – dat worden stopwoorden bij Max.

Max’ woorden laten iets zien van de blindheid waaraan zo veel regeringskringen leden. Ze realiseerden zich niet, dat Duitsland ondanks alle verhalen over kracht en macht kansloos was. Dat de Geallieerden tijd wilden rekken om zo Duitsland van binnenuit te saboteren. Dat de druk van de OHL om te onderhandelen bedoeld was  om de verantwoordelijkheid voor de nakende nederlaag af te schuiven op de politiek. Dat de Keizer, de  opperbevelhebber immers, ter discussie zou komen te staan en met hem het hele staatsbestel. Dat veel soldaten gedemoraliseerd waren, dat de bevolking genoeg had van alle opofferingen en geschokt was, toen de OHL in september opeens onderhandelingen wilde. Het leger was toch ongeslagen en onoverwinnelijk, zoals de propaganda het altijd had verkocht? Het vertrouwen op het leger was naïef en berustte op onkennis van de werkelijke verhoudingen, maar ook op onwil, of op psychische onmogelijkheid, mooie begrippen als opoffering, vaderland, traditie,  beschavingsmissie (“ethisch imperialisme”) te zien in het kille licht van de realiteit.  Max en anderen geloofden vast, dat Duitsland nog altijd genoeg militaire kracht had  om de klus te klaren. Wat ook Max niet inziet, niet kán inzien, is dat respect voor autoriteit afkalft, dat principes en gevoelens van “eer en waardigheid” obsoleet zijn geworden, dat zijn wereld niet meer de wereld is. Wat nodig is, is simpel: brood  op de plank en vrede.

Met cultuurbegrippen win je de oorlog niet. Käthe Kollwitz: “Es ist genug gestorben, keiner darf mehr fallen”.

Een opvolger van Frederik de Grote treedt niet af

14 oktober. Wilson doet er een schepje bovenop: per direct einde van de zeeoorlog; ontruiming van de bezette gebieden; de “onmenselijke handelingen van het Duitse leger” en zijn lust for tyranny by resorting to war moeten beboet worden; er is geen plaats meer voor militairen en autokraten- lees: het hele staatsbestel inclusief Keizer moet op de schop. Max: “Iedereen ontzet over Wilsons bemoeienis met onze binnenlandse aangelegenheden; het zou eerloos zijn op zijn eis in te gaan. We laten de Keizer niet vallen”. Wilhelm komt bij Max langs. Ja, hij realiseert zich dat er lieden zijn die zijn positie ter discussie stellen, maar “ein Nachfolger Friedrich des Grossen dankt nicht ab”.

20 oktober. Antwoord aan Wilson: dat het leger onmenselijk tekeergaat of -ging, dat geldt voor elk leger. De onderzeebootoorlog wordt gestaakt. Wij beroepen ons op uw 14 punten. De regering voldoet niet aan eisen die tegen ons rechtvaardigheidsgevoel ingaan – lees: de Keizer blijft. Max: “De volgende dag kreeg ik de hele regering over me heen; de een vond het  antwoord provocerend, de ander te buigzaam”. Ludendorff weigert elke concessie.

23 oktober. Nieuwe Wilson-nota: houden militairen en monarchen hun positie, dan valt er slechts over capitulatie te praten.  Max: “De Geallieerden hebben een geraffineerde en systematische hetze tegen de Keizer ontketend. Die wordt gezien als verpersoonlijking van alle werkelijke en alle door hen verzonnen gruwelen van deze oorlog.”

Revolutie van bovenaf?

De oude en nieuwe punten van Wilson, die steeds meer gaan lijken op eisen, zetten de politici voor zware blokken. Niemand weet wat te doen. België en Noord-Frankrijk opgeven? Herstelbetalingen opbrengen? De Keizer keihard pressen tot afdanken? Ludendorff trotseren? Extra probleem: Wilson wil de regelingen van de vrede van Brest-Litowsk ter discussie stellen en getuigde in nota’s aan Lenin en Trotsky van zijn grote sympathie voor de revolutie. Hij wilde Polen en de Baltische Staten per se bevrijden van Duitse invloed. Dat ze zo in handen zouden vallen van de communisten, dat zag hij niet, of vond het niet erg.

Mentale zelfblokkade belet iedereen in Berlijn om tijdig een duidelijk en niet wollig onderhandelingsprogramma te presenteren. Max, de aardige amateur, is er de man niet naar om knopen door te hakken. Hij heeft de Keizer bij zijn aanstelling hoog en heilig gezworen hem trouw te blijven. Hij kan hem toch niet afzetten? Max aarzelt, treuzelt, duikt weg- klem tussen onverenigbare mogelijkheden en onmogelijkheden.

Maar! Licht in de somberheid! In deze kritieke fase ontwikkelt Ebert een ingenieus plan: Wilhelm treedt af, zijn opvolger zal zijn 12 jaar oude kleinzoon worden. Tot die volwassen is, blijft Max aan als voogd-regent; Ebert wordt kanselier van een coalitiekabinet. Een parlementair stelsel wordt gevestigd op een stevige basis waar links en rechts, adel en burgers, waar iedereen achter kan staan. Een waarachtig groots idee. Maar er is een hinderlijke complicatie: Wilhelm moet willen meewerken ter wille van het behoud van de monarchie. En dáár ligt een dikke baksteen in de schoen: weigert Wilhelm, dan valt het plan in duigen. Het valt dus in duigen: hij weigert. De doodsklok luidt over de monarchie.

Max in zijn memoires: “Had  ik maar op 24 oktober meteen de keizerkwestie afgehandeld! Toen zag ik niet in, dat het aftreden van de Keizer onvermijdelijk was. Mij heeft later de uitspraak van Max Weber pijnlijk getroffen: Prins Max was bevangen door dynastieke sentimentaliteit en heeft de werkelijkheid niet gezien, en kostbare dagen, ja weken laten verlopen”.

25 oktober. Ludendorff en Hindenburg komen naar Berlijn en verklaren dat Wilsons nota onaanvaardbaar is, dat ze hun voorstel om te onderhandelen intrekken, en dat de strijd met alle middelen zal worden voortgezet. Ludendorff had zelfs al een beleidstekst (!!) klaargemaakt met daarin het besluit (!!) de “Endkampf” aan te gaan; het document was evenwel door een officier van tafel geratst en aan Berlijn doorgeseind. De politici zijn woest: Ludendorffs plan zal Wilson aanleiding geven de strop nog vaster aan te draaien. Wilhelm wordt ingelicht en volgt met de grootste aarzeling de raad van zijn adviseurs om Ludendorff te ontslaan. De “onderkoning” is weg – de OHL blijft. (Ludendorff kreeg in november via relaties bij Buitenlandse Zaken een Fins identiteitsdocument waarmee  hij onder de naam Ernst Lindström naar Zweden uitweek.)

28 oktober. De Rijksdag neemt een nieuwe grondwet aan waarin het parlement de beslissende instantie genoemd wordt. De kanselier is verantwoordelijk voor politieke én militaire zaken. Duitsland is een keizerrijk. Mooie tekst, alleen jammer: het parlement wikt, de OHL beschikt – nog steeds.

30 oktober.  Wilhelm vertrekt opeens als een dief in de nacht naar het Belgische Spa waar de OHL zetelt. Hij kan daar te midden van “ seine Armee” zich verweren tegen de vreselijke dingen die men met hem voorheeft. Het zal het afscheid van zijn hoofdstad blijken te zijn. Max had de reis  kunnen en moeten verbieden – maar hij  bleef handenwringend achter zijn bureau zitten en noteerde iets later: “Bijzonder dom van me dat ik de reis van de Keizer niet verboden heb. Als algemeen bekend wordt dat hij naar Spa is vertrokken, wordt dat door vriend en vijand uitgelegd als een teken dat Keizer en militairen samen de  politiek trotseren en de strijd in alle hevigheid willen hervatten”.
Zo is het maar net!

Revolutie van onderaf

De vloot  in Kiel krijgt het bevel van de marineleiding om uit te lopen en de confrontatie met de Britten aan te gaan. Max, de kabinetsleden, de Rijksdag is niets gevraagd. De matrozen weigeren echter uit te varen. Onderhandelingen lopen op niets uit. Wanneer er arrestaties worden verricht, volgt een complete opstand. De SPD dringt nu fors aan: als het getreuzel rond de Keizer langer duurt, loopt de zaak helemaal uit de hand. Wie het staatsbestel wil redden, moet nu actie ondernemen. Wie heeft de positie om Wilhelm per direct uit zijn ambt zetten? Juist ja.

Het wordt te veel voor Max. De arme man stort in: een psychisch en fysiek wrak ligt in bed. Dokters en bromium en chloraal en pillen en vooral opium vormen dagenlang zijn wereld; hij heeft zelfmoordgedachten, weet zijn arts zich later te herinneren. Max slaapt en slaapt en wordt pas na 40 uur wakker.

3 november. Nog trillend van de koorts wordt Max bijgepraat. De Keizer zet de hakken in het zand; officieren en soldaten zouden zich beschaamd voelen als de hetze tegen de Keizer aanhoudt, zegt Spa. “Die Armee wird die Abdankung des Kaisers nicht ertragen”. De matrozen krijgen steun van arbeiders in fabrieken en rukken (ca 40000 man samen) gewapend op naar Hannover en Hamburg, waar ze juichend worden ontvangen. Geruchten dat de Russische ambassade het revolutionair vuur aanwakkert. Er zijn doden en gewonden gevallen in de confrontatie tussen de muiters en regeringsgetrouwe troepen. Vorsten worden gedwongen af te treden, regeringsgebouwen zijn niet meer veilig en staan onder bewaking: ook het paleis van de kanselier. Zelfs in Nederland heffen soldaten de rode banier. Lees Max’ memoires maar: “In Harskamp bei Arnhem, in Amersfoort und  in Vlissingen war es zu tödlichen  Angriffen gegen die Offiziere gekommen”.

4 november. Duitsland desintegreert. Met pijn en moeite en veel mooie woorden proberen de SPD en de vakbondschefs nog hun mensen tot rust te bewegen. Maar elk moment kunnen de dijken breken en dan is geen hek meer op de dam. Max is diep geschokt door wat er in Kiel is gebeurd en – zegt hij – niet in het minst omdat de marineleiding hem niets heeft gevraagd. Maar in zijn memoires lees ik iets geheel anders: het plan van de marineleiding vond hij zo gek nog niet! Zou de vloot de nederlaag lijden, “dan had deze  onderneming de vaderlandse trots terug kunnen brengen en nieuwe krachten kunnen aanboren”. Onwezenlijke taal, irreëel geloof, zelfs nog jaren later! In zijn memoires: “Ohne Kiel keine Revolution, ohne die Revolution keine Kapitulation am 11. November”.

 7 november. In de kabinetszitting stelt Scheidemann namens de SPD een ultimatum: “Wij zien in dat we van de kanselier niets meer hoeven te verwachten. De Keizer had al weken geleden moeten begrijpen waar de ontwikkelingen heen gaan. Als  hij vandaag niet opstapt, stapt de SPD  uit het kabinet en dan zijn de rode rapen helemáál gaar”. Max in zijn memoires: “Ook vandaag de dag houd ik staande dat – ware de Keizer afgetreden – de mensen niet de straat opgegaan zouden zijn, er niet gemoord zou zijn  (Erzberger, Rathenau, Liebknecht, Luxemburg), er zou nooit een radenrepubliek of Kapp-Putsch zijn geweest. Dan zou ik het vaderland in vredestijd als rechtsstaat geleid hebben en hervormingen hebben doorgevoerd”. Ja – achteraf…..Misschien……Ik zou…..

9 november.  Opgefokte arbeiders en soldaten proberen zelfs regeringsgebouwen en het politiebureau in Berlijn binnen te komen. Rode vlaggen wapperen overal in de novemberwind. Voor de socialisten is nu het kiezen of delen: zich distantiëren van revolutie en geweld en gedeeltelijk de achterban verliezen, of de revolutie steunen om erger (het gruwelspook van het Bolsjewisme bijvoorbeeld, of een echte burgeroorlog)  te voorkomen.

Opeens: sensatie! Vanuit Spa zegt iemand aan de telefoon, dat het ongelofelijke is gebeurd: de Keizer gaat aftreden! (Wie dat gezegd heeft, is tot op heden onduidelijk).  Meteen deelt  Max het bericht met zijn adviseurs en met Ebert. Publicatie van het aftreden wordt vanuit de kanselarij verzorgd. Ebert geeft snel een verklaring uit: de revolutie is geslaagd; het volk zegeviert; er komen spoedig verkiezingen. Tot die tijd blijft de regering aan onder leiding van kanselier Max von Baden. In de namiddag woedend bericht uit Spa: welke idioot heeft het over aftreden gehad? Geen sprake van! Wilhelm wil het keizerschap misschien wel opgeven, maar blijft Koning van Pruisen! Max is sprakeloos: hij, juist hij, heeft al bekendgemaakt, dat Wilhelm aftreedt; trouwens: volgens de grondwet is de Koning van Pruisen automatisch Keizer van Duitsland, en omgekeerd.

Een enkeltje van 25000 Euro 

9 november. Braunschweig rood, Keulen rood, Stuttgart rood, München rood. Grote massa’s op de been in Berlijn. Men wil een republiek. In de middag komen de SPD-voormannen: Ebert moet kanselier van de nieuwe republiek worden. Max doet nog een zwakke poging het gesprek op het regentschap en de voogdij van de jonge prins te brengen. Ebert: “Zu spät”. Max buigt het hoofd. Hij neemt afscheid: “Herr Ebert, ich lege Ihnen das Deutsche Reich ans Herz”. Ebert: “Ich habe zwei Söhne für dieses Reich verloren”. De ex-kanselier laat zijn spullen in een speciaal gecharterde trein laden, krijgt via Scheidemann een vrijgeleidebrief en vertrekt om 21 uur met gevolg naar Karlsruhe. De reis duurt maar liefst 15 uur, want overal op tussenliggende stations giert de revolutie en de trein moet allerlei omwegen maken. De rit kost de staat omgerekend 25000 Euro.

10 november. In Karlsruhe aangekomen wordt onze man direct gearresteerd door rode bendes die hem enkele minder aantrekkelijke woorden toevoegen. Max vreest het ergste, maar wordt  uiteindelijk thuis afgeleverd. Voor de deur staan rode wachtposten met het geweer in aanslag. Wanneer de bewakers weg zijn, wordt er fluks op zijn auto een rode vlag gezet en de familie vertrekt incognito naar Baden-Baden, waar de eigenares van een bloemenzaak, die hij uit vroeger tijd goed kende, het gezin plus enkele lieden van de staf gastvrij opneemt. Zo duikt bij Frau Blumenhändlerin de laatste keizerlijke kanselier onder als een paria.

Enkele dagen later wordt in Karlsruhe enige orde in het gewoel aangebracht. Het meer geciviliseerde deel van de nieuwe machthebbers, eerzame lieden, is geneigd groothertog Friedrich II in zijn functie te handhaven, maar rumoerige soldaten en arbeiders willen daar niet aan – en zo komt een coalitiekabinet met een socialistische meerderheid tot stand, zich noemende “van de volksrepubliek Baden”.  Er wordt een bezits- en inkomensregeling vastgelegd voor de groothertogelijke familie. Die was niet van het armzalige soort: ze mochten  alles houden wat ze hadden: paleizen, personeel; ze werden schadeloos gesteld voor het verlies van inkomen (tevoren kreeg de familie jaarlijks uit belastingen – omgerekend naar Euro’s  -1.500.000 binnen): nu ligt er voor de groothertog 30.000.000 klaar, en Max stapt de bank uit met 18.000.000 in zijn pocket.

Zodoende hoeft de lezer Max niet in alles te beklagen: hij bezat – om maar wat te noemen – 3500 hectare landbouwgrond en 4500 hectare bossen. Hij had ook recht op een bescheiden portie van dat wat de groothertog had gevangen, een kleine 10.000.000. Thuis leefde hij zoals hij altijd thuis geleefd had: een adjudant, een kamerheer, 30 man algemeen personeel, 6 dienaren om hem zijn ontbijt te bereiden, daarna de boel af te ruimen en de vaat te doen. Wat bij Max minder in de smaak viel: de zogeheten volksrepubliek hief belasting, dat was nieuw! En dan nog een degradatie: de inmiddels in Berlijn min of meer functionerende regering nam in 1919 een artikel in de grondwet op, dat de oude adel gewoon burger moest worden en geen bijzondere privileges meer kon claimen. Seine grossherzogliche Hoheit Prinz Max von Baden was voortaan simpel meneer Max (voornaam) Prinz von Baden (achternaam).

Max gaat in het onderwijs

Max had zeker waardering voor de rustige manier waarop Baden geleid werd door de nieuwe bestuurders (SPD, Zentrum en Duits-Demokraten) – zo hield je tenminste de Bolsjewieken buiten de deur. Maar het systeem, de demokratie, lag hem zwaar op de maag: zijn weerzin heeft hij nooit  kunnen overwinnen. De republiek was een “moetje”, met horten en stoten van de grond gekomen dankzij Friedrich Ebert, socialist, monarchist, realist, die op zijn stok-nuchtere wijze de situatie in 1918 in de hand hield. Max liep niet warm voor de demokratische republiek: “Een staat die ik alleen maar als vreemd en misselijkmakend kan zien”.

De nieuwe staatsvorm was niet alleen voor Max maar voor vele Duitsers kwalijke Angelsaksische import die hun door de strot was geduwd. Een product waar de Duitser eenvoudigweg niet voor gemaakt was. Er was een fatale cocktail opgediend van gefrustreerd nationaal bewustzijn, politiek-bestuurlijke onrijpheid en geforceerde aanpassing aan de zogeheten Westerse waarden. Een vreemde te zijn in eigen huis- dat gevoel heerste bij menigeen. Versailles stond voor onrecht en diefstal, een “pharisäisch verhüllte Räuberei”, zegt Max, en hij staat daarin niet alleen, verre van dat. De gevolgen kennen we: Clemenceau, Lloyd George en Wilson hebben Hitler verwekt.

Hoe vulde de ex-kanselier nu zijn leven? Hij was man en huisvader, overhoorde zijn kinderen Marie Alexandra (in 1918 16 jaar, ze zou in 1944 omkomen bij een bombardement op Frankfurt) en Berthold (13, stierf in 1963) hun huiswerk, beheerde zijn goed, ging een beetje jagen en converseren met geestverwanten en wandelen in Zwitserland. Het familieleven gaf hem (eindelijk!) warmte en geluk. Met Marie Louise reisde hij naar Capri, waar hij onder de naam Graaf Salem rustige vakantiedagen doorbracht bij zijn vriend Munthe. Gestimuleerd door de altijd energieke en trouwe Kurt Hahn stichtte hij in Salem een internaat voor jongens en meisjes (een “Landesschulheim”), door de staat erkend als officiële onderwijsinstelling, waar gymnasiale opleidingen werden aangeboden van christelijk- conservatief karakter. Vergis je niet: het onderwijspakket met veel sport en gymnastiek was modern te noemen. In 1924 werd het eerste eindexamen afgenomen aan vijf leerlingen. Inmiddels zaten er 75 jongeren op de “school van Max”. De ouders moesten 1.000 Euro per maand ophoesten. Ook Thomas Mann kreunde over de hoogte van de kosten, maar eerlijk is eerlijk: dan had je ook wat.

Over Max’ laatste levensjaren – misschien over al zijn jaren –  ligt  een grauwsluier. In columns en artikelen wordt  nagetrapt door links en rechts. Vooral zijn politieke onbekwaamheid wordt neergesabeld, een enkele keer wordt smerig gehint op zijn homofiele aard. Vanuit Huis Doorn schiet de nog niet zo oude baas giftige pijlen af: “Landverrader! Meineedpleger!” Max draagt zijn lot moeizaam in stilte en vermijdt alle openbaarheid. Zo weigert hij te verschijnen in het beruchte Dolchstossprozess in 1925 in München, waar hij o.a. bevraagd zou worden over zijn verhouding tot de OHL. De Hitler-Putsch van 1923 schokt hem, maar het verbaast hem niets dat de oppositie tegen Weimar aanwast. Voor Hitler had hij geen goed woord over: “Gevaarlijke hetzer tegen de Katholieke Kerk, demagogische opzweper van massa’s, politieke analfabeet, pathologische dweper, blödsinniger Antisemitismus”. Maar anti-demokraat bleef hij, stil wachtend op de Grote Leider die Duitsland in ere zal herstellen. Hij brainstormt met vrienden over een “partij van partijlozen” die uitsluitend uitgaat van vaderlandsliefde en Christendom. En dan zal er onder de jeugd een beweging op gang komen die Duitsland van smaad en schuldgevoel zal bevrijden – en ja, nu komt het- :“waarschijnlijk moet dan een oorlog met Frankrijk volgen” . Dat de Grote Leider de verfoeide Hitler zou worden, heeft hij niet hoeven mee te maken, evenmin de waarschijnlijke veldtocht tegen de Fransen. En evenmin dat smaad en schuldgevoel ontelbaar veel groter zouden worden. Dat de eer, de waardigheid, de cultuur, al dat mooie moois,  in een stortvloed van bommen en granaten ten onder zou gaan.

Hij schrijft dagelijks aan zijn memoires, als altijd gesteund door de hyperactieve Kurt Hahn, zijn trouwe famulus. Het werk dient niet alleen de geschiedschrijving – het is  ook een rechtvaardiging en een verdediging tegen alle aanvallen op zijn persoon.   Axel Munthe wordt er bijgehaald om de redactie te controleren. Na verschijnen waren er in twee weken tijds al 5000 exemplaren van verkocht. Ik heb Max’ boek (de eerste editie uit 1927, mooi gebonden, 695 pagina’s) op het Waterlooplein een paar jaar geleden voor 3 Euro op de kop getikt.

Max krijgt in 1929 een hartaanval, komt nauwelijks meer op krachten, kan zelfs niet meer schrijven. Marie Louise, zoals steeds zijn steun en toeverlaat, helpt hem waar zij kan. Max is levensmoe, en sterft op 6 nov 1929 aan nierproblemen. In Badens parlement houdt de premier een herdenkingsrede: de Nazi’s verlaten demonstratief de zaal. Marie Louise zorgt ervoor, dat de begrafenis daarna in stilte verloopt: geen redevoeringen, geen steunbetuigingen of demonstraties. Marie Louise: “Das Leben war nicht mehr schön für ihn und er sehnte sich nach dem Ende

Epiloog

Je zou zeggen: een land dat in nood is, zoekt naar een leidende persoonlijkheid die verbindend kan werken en weet wat er te doen staat. In dit geval: iemand die de eisen van de geallieerden tegemoet wilde komen door ondubbelzinnige verklaringen over de bezette gebieden, iemand die de OHL trotseerde, die – hoe pijnlijk ook –  zag dat hij afscheid moest nemen van Bismarcks erfenis, die de geborgenheid van de traditie  kon verversen door de ramen open te zetten naar de nieuwe tijd. Maar die iemand was er niet: in adellijke kringen niet, in de Rijksdag niet. Ebert heeft zich misschien te bescheiden opgesteld en is pas op het laatste moment Marcus Curtius geworden.

Berlijn koos in deze noodsituatie voor een edelman die zich nooit met politiek had beziggehouden. Die keuze bleek faliekant verkeerd te zijn. Andere keuzes, daar ben ik van overtuigd, zouden niet veel verschil gemaakt hebben. Duitsland had bij Max’ aantreden namelijk maar één keuze: de wapens neerleggen en lijdzaam afwachten wat de Geallieerden bepaalden. De matrozenrevolutie en haar consequenties zouden het land dan bespaard gebleven zijn, en misschien veel meer.

Max kwam in een tijd waarin het voor Duitsland buigen was of barsten. Van die omstandigheid was hij zich zeker bewust, maar omdat hij geen vaste politieke agenda had, positioneerde hij zich in een vaag midden, ingeklemd als hij was tussen incompatibele elementen, waarop in het voorgaande herhaaldelijk is gewezen. Hij betrad het politieke podium te argeloos en besefte niet volledig, in wat voor wereld hij verantwoordelijkheid op zich nam, en wat in die wereld de rol voor Duitsland zou kunnen zijn. Laten we bij de beoordeling van zijn optreden (of niet-optreden) ook niet vergeten, dat hij alleen maar kon denken vanuit het monarchaal- dynastieke. Die overtuiging impliceerde natuurlijk, dat hij ontzag voor en trouw aan de Keizer boven al het andere liet prevaleren – tot het te laat was.

Hij durfde de grote sprong niet te maken die hem een gouden plaats in de geschiedenisboekjes had bezorgd. Als het plan de monarchie te redden door Max’ regentschap, met een minderjarige opvolger en met Ebert als kanselier, gerealiseerd was, had Duitsland misschien bij Wilson en consorten iets van goodwill gekweekt en zou het er wellicht genadiger van af gekomen zijn. En je hebt niet veel fantasie nodig om te bedenken hoe anders de 20e eeuw dan zou zijn verlopen. Max miste ook déze boot – de ruk aan het stuur van de wagen die steeds sneller naar de afgrond suisde, weigerde hij te geven, kon hij gezien zijn aard niet geven. Hij bleef een halve 19e-eeuwse prins: dat belette hem royalist te zijn en tegelijk modern politicus te worden.

Mensen maken het verleden, de geschiedenis; soms maakt het verleden, de geschiedenis ook mensen. Max is daarvan een voorbeeld.

Informatie uit:

Max von Baden – Erinnerungen und Dokumente
Fritz Fischer – Griff nach der Weltmacht
John Keegan – The First World War
Konrad Kwiet – Revolutie van boven (in: 14-18; De Eerste Wereldoorlog)
Lothar Machtan – Der Endzeitkanzler
Thomas Nipperdey – Deutsche Geschichte 1866-1918
Ernst Piper – Nacht über Europa
Wikipedia

2018-11-26T10:28:10+00:00