Ambo/Anthos, 431 pagina’s

 

Ik zou de bespreking van deze nieuwe roman van de grote IJslandse schrijver Kalman Stefánsson kunnen samenstellen uit zinsnedes van mijn eerdere besprekingen van zijn werk. En het oordeel is gelijkluidend: een ongekend goede verhalenverteller die zich bedient van het prachtigste poëtische proza. Bedwelmend proza, schreef ik eerder. En het is buitengewoon opmerkelijk dat deze schrijver in al zijn romans datzelfde bedwelmende proza hanteert, zonder dat het een herhaling van zetten of een gimmick wordt, ook zonder daarvoor dezelfde woorden te gebruiken. Zijn boeken staan werkelijk vol met pareltjes die je met graagte herleest. Middenin het boek staat De geschiedenis van IJsland in een notendop, nog geen halve pagina lang. De schrijver sluit af met: “Maar tel de strohalmen in de schuur in de herfst en dan weet je of je kinderen de winter zullen overleven”. En de passage waarin Helga, een van de hoofdpersonages in dit boek, een IJslands lied zingt is bloedstollend mooi. En voor ik verder ga, hier eerst maar een woord van dank aan de vertaler Marcel Otten. Ik ben het IJslands niet machtig maar de taal die Otten ons bij iedere vertaling opnieuw voorschotelt, moet wel de taal van Kalman Stefánsson zijn. Zijn vertalingen blijken buitengewoon consistent, je herkent onmiddellijk de IJslandse schrijver. Me dunkt, dat is een geweldige verdienste.

Het verhaal van Ásta vertelt twee liefdegeschiedenissen. Van Helga en Sigvaldi en van hun dochter Ásta en Józef. En heel af en toe figureert de schrijver zelf in deze roman om me in de allerlaatste zin van het boek toch nog te verrassen: dát had ik niet van hem verwacht. Over de geschiedenissen zelf zal ik hier niets prijsgeven, hoe zou ik ook maar in de buurt kunnen komen van wat de schrijver er zelf over vertelt. Kalman Stefánsson laat ons zien hoe mensen door het leven ploeteren en uit naam van de liefde de prachtigste momenten kunnen beleven maar al evenzeer uit naam van de liefde precies de verkeerde besluiten kunnen nemen. Hij laat ons zien hoezeer wij mensen gevormd zijn door zaken waarop we zelf nauwelijks invloed uit kunnen oefenen. Noem het genen of erfelijkheid, noem het lot of noodlot, het leven voltrekt zich alsof we omstanders of toekijkers zijn. We halen ons de stomste dingen in de kop omdat we niet anders kúnnen en voor we het weten glipt het geluk ons door de vingers als was het te mooi om waar te zijn. Het leven is een tranendal of engelenverdriet en voor geluk is daar geen hoofdrol weggelegd. Op de een of andere manier slaagt de schrijver er telkens in ons van zijn hoofdpersonen te doen houden. De manier waarop hij hen beschrijft geeft hen soms bijna mythische proporties en dat is alleen mogelijk doordat hijzelf zo van hen houdt.

Wederom: wat een verschrikkelijk mooie roman heeft Kalman Stefánsson wéér geschreven, de enige romancier die ik nog lees en iedere keer weer stel ik vast dat ik zelden zulk prachtig proza las.

Tot slot nog dit: de boeken van deze IJslandse schrijver zijn alle zeer fraai vormgegeven en dat siert de uitgever. Maar waarom er nota bene op de voorkant van deze roman de aanbeveling ‘Het wordt tijd dat deze man de Nobelprijs krijgt’ van DWDD is geplaatst, is mij een raadsel. Alsof dat soundbite-televisieprogramma de beste aanbeveling is voor het lezen van boeken. Maar als je dan per se aanbevelingen van derden wilt gebruiken, doe dat dan gewoon op de achterflap. Dit ontsiert het fraaie ontwerp van Marry van Baar en dat is jammer maar vooral onnodig!

 

Enno Nuy

Februari 2019