LJ VEEN klassiek, 150 pagina’s met een nawoord van de vertaler, Bas Heijne, heruitgave 2019

 

Ik zag Apocalypse now eerder dan dat ik Heart of Darkness las. Sterker nog, pas nu besloot ik dit iconisch boek in de uitstekende vertaling van Bas Heijne te lezen. Maar wel voortdurend die beelden van captain Willard die op zoek gaat naar colonel Kurtz, met de opdracht van de CIA om hem te doden, in het achterhoofd. Het is niet anders, je kunt die beelden van een film, die je om meerdere redenen altijd bij is gebleven, niet meer uitwissen.

Heart of Darkness speelt in Congo, het land dat Leopold II zo’n beetje als zijn eigendom beschouwde, het land dat de Belgische koning volledig leeg roofde, eerst het ivoor, daarna het rubber en waar ongekende aantallen maar tenminste miljoenen inheemse burgers de dood in werden gejaagd. Dat was het moderne kolonialisme, het imperialisme dat ook aan deze roman ten grondslag ligt.

Conrad hierover: “Het veroveren van de aarde, wat meestal betekent dat ze wordt afgepakt van mensen met een andere huidskleur of met iets plattere neuzen dan wij, is geen fraaie aangelegenheid wanneer je het van al te dichtbij bekijkt. Wat het rechtvaardigt, is enkel en alleen het idee. Een idee dat eraan ten grondslag ligt, geen sentimentele smoes, maar een idee. En een onbaatzuchtig geloof in dat idee – iets wat je kunt oprichten, en waarvoor je kunt neerknielen, en waaraan je kunt offeren…”. Ook Conrad was kind van zijn tijd.

Hart der duisternis beschrijft in eerst en vooral vage termen de morele implosie van de moderne mens. Kapitein Marlow gaat namens een Londense handelsfirma op zoek naar een legendarische agent in de binnenlanden van Congo. Een reis die Conrad zelf ook maakte en ook hij was op jacht naar ivoor. Kurtz verdiende bergen geld voor de handelsfirma en raakte volledig in de ban van de inheemse bevolking die hij nodig had om zijn rooftochten te kunnen uitvoeren. Wat hij werkelijk dacht van die inheemse bevolking weten we niet, Conrad laat ons slechts gissen. Maar hoeveel ontzag en respect Kurtz wellicht ook had voor de zwarte mens uit het diepste binnenste van het Afrikaans continent, het weerhield hem er niet van de handelsfirma aan te raden “die beesten uit te roeien”. Als Kurtz uiteindelijk sterft fluistert hij slechts: “afgrijselijk, afgrijselijk”, “the horror, the horror”. Maar we weten niet wat hem tot die woorden beweegt. Is het zijn geweten dat spreekt? Realiseert hij zich tot welke wandaden de mensheid zich heeft laten verleiden, uit pure hebzucht? Het lijkt verleidelijk te denken dat beide ingevingen hem tot die woorden brachten. Feit is dat Conrad ons een spiegel voorhield, dit is waartoe wij, moderne mensen, in staat zijn. Hij veroordeelt het imperialisme of kolonialisme niet in woorden. Maar hij confronteert ons met impliciete beelden van een impliciete geschiedenis en hij laat het aan ons zelf over om daar conclusies uit te trekken.

Ik moest sterk denken aan de Gangreen-cyclus die ik destijds las van Jef Geeraerts. Uiterst expliciete boeken die zich eveneens in Congo afspeelden, lang nadat Leopold II zijn bezit had moeten overdragen aan de Belgische staat. Er kwam veel kritiek op Geeraerts, enerzijds omdat hij het kolonialisme niet leek te veroordelen maar vooral wellicht vanwege het expliciete pornografische karakter van zijn boeken. Bas Heijne maakt in zijn nawoord nadrukkelijk gewag van de discussie over Heart of Darkness. Wat is dit voor een boek? Waarom blijft Conrad zo vaag over tal van zaken en details? Is het niet een typisch westers boek van een westerse auteur die niets weet of begrijpt van de Afrikaan? Dat laatste is ongetwijfeld waar maar dat neemt wat mij betreft niet weg dat Hart der duisternis ons zeker wel onbarmhartig confronteert met het onaanvaardbare van ons Westers optreden op andere continenten. Misschien nu nog wel veel nadrukkelijker dan destijds, in 1903 toen dit boek voor het eerst in druk verscheen! Hart der duisternis is een inderdaad iconisch boek dat gelezen moet blijven worden!

 

Enno Nuy
Juli 2019