boek●scout, 383 pagina’s

 

Vanaf pagina 1 staan we onmiddellijk met beide benen in de harde onontkoombare werkelijkheid in de snelle opvolger van Finissage van filosoof Floris van den Berg. Rampspoed, leven aan het einde van de geschiedenis, ecologische ineenstorting, leven op de rand van de afgrond, een geitenconcentratiekamp, dat alles in een zinloos universum waarin wij feesten als beesten, ja we kennen dit repertoire inmiddels. Van den Berg opereert veelal vanuit verontwaardiging en woede, hij erkent dat ook. Het jammere is dat die grondhouding de leesbaarheid niet altijd ten goede komt. Finissage deel 2 is een filippica tegen onrecht, Van den Berg ziet zichzelf als een essayistisch moralist met een missie: mensen overhalen tot ecoveganisme en hij hoopt dat Finissage een requiem is als dat van Mozart. Corona heeft zich inmiddels aangediend en Van den Berg weet het zeker: het feest is afgelopen. Een requiem wordt opgedragen voor de doden, de mis wordt geleid door onheilsprofeet van den Berg. Het eerste deel had als subtitel Filosofische slotbeschouwingen. Dit tweede deel krijgt als motto Cultuurfilosofische slotbeschouwingen mee. En ofschoon de schrijver geen enkele mededeling doet over de term ‘slotbeschouwingen’, meen ik toch te weten waarom hij deze teksten als zodanig presenteert. Daarover straks.

We kennen de definitie van een moreel persoon volgens Van den Berg: iemand die geen onnodige en te voorkomen schade aan voelende wezens toebrengt. Schrijver trekt daaruit de ogenschijnlijk logische konklusie dat je geen moreel persoon kunt zijn zonder het veganisme uit te dragen. Van den Berg moet een eenzaam mens zijn als je met een definitie meer dan 90% van de mensheid buitensluit. Bedenk dat ongeveer 0,7% van de NL bevolking veganist is! Volgens een Wikipedia lemma is ongeveer 28% van de wereldbevolking veganist, dus op het wereldtoneel is de veganist al een stuk minder eenzaam, het zij toegegeven.
Schrijver vindt dat hij zichzelf als een immoreel monster moet beschouwen dat niet bereid is de consequenties van kritisch denken te accepteren. Als Van den Berg al een immoreel monster is, hoe zou ik mijzelf dan in godsnaam moeten definiëren? Hoe zou hij mij definiëren?

Moraal is een door mensen gecreëerd construct dat ons in de evolutie helpt om zodanige samenwerkings- en samenleven-afspraken te maken dat samenlevingen succesvol kunnen overleven zonder al te veel schade aan te richten aan de individuele leden van die samenleving of aan die samenleving als geheel. We spreken af dat we elkaar niet mogen doden – met uitzondering dan van de Amerikaanse samenleving, de enige onbeschaving die geen trek heeft in zo’n afspraak, sterker nog zij hebben het Second Amendment heilig verklaard en nu zijn er meer wapens dan mensen daar. Maar daar gaat het nu niet om. Dieren eten dieren, ik heb dat vaker betoogd en neem van mij aan, die dieren hebben daar totaal geen moeite mee. Sterker nog, dieren zouden met moraal niet uit de voeten kunnen, het zou hun ondergang betekenen.

Het is onze eigen schuld dat wij die moraal bedacht hebben, we geven er hoog van op, we hebben er zelfs goden bij bedacht om ze nog steviger te verankeren maar o wee, nu zegt die moraal ons dat andere levende wezens doden moreel onaanvaardbaar is. Ja zo vallen we in een door onszelf opgezette val. Het verbaast mij dat Van den Berg maar niet op dit aspect ingaat.
Ik vind het best als we menen te moeten volharden in die moraal maar erken tenminste dat dieren dieren eten en dat het dus niet zo raar is dat ook mensen dieren eten. En wanneer we de technische mogelijkheden hebben om kweekvlees te maken, dan vervalt onmiddellijk het morele probleem. En dat niet alleen: ook de heilige plicht om veganist te worden is dan volstrekt overbodig. Waarom gaat Van den Berg hier niet eens op in? Enfin, op de eerste pagina’s heeft schrijver al de zwaarste superlatieven in stelling gebracht om de toestand van de wereld te duiden. Hoe moet hij in de nog volgende bijna vierhonderd pagina’s zijn verhaal geloofwaardig vertellen?

Het artikel over cultuurmarxisme maakt op mij een wat hybride indruk. De term cultuurmarxisme is wat mij betreft echte onzin en vooral bedacht om tegenstanders te framen. Waarom van den Berg het warhoofd Sid Lukassen aanhaalt, is mij een raadsel. Voorwaar, er zijn wel helderder denkers te vinden. Cultuurmarxisme wordt omschreven als een totalitaire verleiding waarbij intellectuelen streven naar het ondermijnen van de liberale democratie door het propageren van haat en schaamte voor de eigen cultuur en via de multiculturele samenleving waarin de islamisering van de westerse cultuur gestimuleerd wordt. Wat mij betreft negeren we dit soort onzindiscussies en het stoort me dat een intellectueel als Cliteur hier mede voeding aan geeft.

In het hoofdstuk De open samenleving en haar grenzen stelt van den Berg dat het economisch niet mogelijk is de verzorgingsstaat overeind te houden wanneer er door immigratie of door bevolkingsgroei onder kansarme immigranten te veel mensen komen die een beroep doen op de verzorgingsstaat. De verzorgingsstaat is er dus alleen voor de autochtonen? Solidariteit beperkt zich tot de in-group? Nou, daar valt wel wat op af te dingen, lijkt me. In hetzelfde artikel stelt Annet Bleich de vraag: “Hoe voorkom je dat wanhopige mensen, op zoek naar een beter lot, op zulke bootjes stappen?” en konkludeert dan dat ook Paul Scheffer die vraag niet weet te beantwoorden. Dat klopt maar ook Annet Bleich zelf heeft geen antwoord, noch Floris van den Berg. Niemand heeft daar een werkbaar antwoord op gevonden.
Van den Berg toont zich buitengewoon hardvochtig als het er echt op aankomt: “Als gekozen moet worden tussen het voortbestaan van de open samenleving en een ongecontroleerde instroom van migranten, dan prevaleert het voortbestaan van de open samenleving. Het is als met een overvolle reddingssloep. Als de boot vol is kan er niemand meer bij anders zinkt de boot en is alles verloren. Er zijn grenzen”. Maar als je analyse je leert dat immigratie door het Westen zelf is veroorzaakt en gecreëerd, hoe moreel is het dan immigranten te weren, te laten verdrinken, buiten te sluiten en overal de schuld van te geven?

Zonder enige onderbouwing beweert Van den Berg dat links thans het islamitisch fascisme omarmt, zonder het als zodanig te herkennen. Mij lijkt dat een wel erg grove generalisatie. Hoe definieer je links, wie en wat valt daar allemaal onder, waaruit blijkt dat de aanname van de schrijver zou kloppen? Dat alles neemt niet weg dat ook ik van mening ben dat salafisme buiten de deur gehouden moet worden. Denk aan de tram-analogie van Erdogan die doodleuk verklaarde: “democratie is als een tram, als we zijn waar we wezen willen stappen we uit”. Slim natuurlijk maar ook gevaarlijk, levensgevaarlijk. Tolerantie mag nooit zover gaan dat ze verdreven wordt door intolerantie net zo min als democratie mag worden misbruikt om haar op te heffen. Als democratie en tolerantie verdwijnen omdat wij de vrijheid van meningsuiting heilig hebben verklaard, hebben we onszelf toch echt op het verkeerde been gezet.

Over Europa: de UK is vertrokken, populisten elders willen hen achterna, Polen en Hongarije horen eigenlijk niet meer thuis in de EU en de schaamteloze gang van zaken rond Corona; al deze zaken laten zien dat het ambitieuze Europa-project enorm onder druk staat. Als wij dat laten gebeuren verdienen we de instabiliteit die daarvan het gevolg zal zijn en vooral de ongekende armoede die daarmee gepaard zal gaan. Schrijver vindt dat de EU Europa plantaardig moet maken maar ik denk dat je vooral na moet denken over de meest effectieve manier om daar te komen. Het zou meer effect sorteren wanneer alle producten reëel geprijsd zouden worden. Aan het einde van de dag is het aan de consument die moet besluiten geen dieren meer te willen eten.

Taal en religie zijn splijtzwammen voor vreedzame coëxistentie-existentie volgens Van den Berg maar volgens mij hoeft dat helemaal niet zo te zijn. Talen hoeven al helemaal geen probleem te vormen en wat is er tegen op culturele verschillen per regio? Het is slechts een kwestie van tijd dat er simultaan – ‘as we speak’ – vertaald kan worden met behulp van moderne technologie. Zelfs religie zou ik niet af willen wijzen. Dat mag iedereen zelf weten maar wel achter de voordeur graag en pas vanaf je achttiende en niet in de publieke ruimte en uiteraard: zonder financiering uit belastingopbrengsten! Esperanto in plaats van Engels? Van mij mag het maar Engels als wereldtaal heeft zeker zijn voordelen. Mijn eigen taal zou ik echter nooit op willen geven!
En waarom gaat Van den Berg, als het over Europa gaat, te rade bij Cees Nooteboom en niet bij Ulrike Guerot? Omdat hij nog nooit iets van haar las. Lees haar Red Europa! eens Floris, ik vermoed dat ze jou heel enthousiast zal maken!

In het artikel over culturen die niet gelijkwaardig zijn laat Van den Berg Paul Cliteur aan het woord: “culturen kunnen niet gelijkwaardig zijn, juist omdat individuen dat wel zijn”. Mij ontgaat hier de logica of causaliteit maar Van den Berg gaat op deze redenatie verder: “ergo, culturen die individuen meer vrijheid gunnen zijn moreel superieur aan culturen die dat niet doen”. Tja, ik vind dit een enormiteit want deze konklusie is totaal afhankelijk van je definities. Als je het individu als de hoogste vorm van ‘moreel bestaan’ definieert, ja dan heeft Van den Berg gelijk. Maar wanneer je liever de nadruk legt op het collectief (voorspoed en welvaart voor zoveel mogelijk leden van de samenleving waarbij het individu ondergeschikt is aan de groep) dan zal dat ook consequenties hebben voor de moraal die je aanhangt.

Van den Berg meent zelfs dat Nederland bijna het eindstation van morele ontwikkeling vertegenwoordigt. Alleen niet-westerse vrouwen moeten nog een beetje geëmancipeerd worden en dan hebben we kennelijk de hoogste staat van verlichting bereikt. Ik kijk toch op een wat andere manier naar ons land: hyperindividualistisch, een gespleten samenleving, hyperkapitalistisch bovendien, een regering die niets begrijpt van internationale solidariteit in tijden van Corona. Enfin, ik wil maar zeggen, we zijn er nog lang niet. Maar Van den Berg heeft gelijk: we mogen niet zeuren, we hebben het hier erg goed allemaal.

Het recht op moedwillig beledigen van Van den Berg blijf ik bestrijden. Wie een belediging nodig heeft om zijn punt te maken doet te allen tijde een zwaktebod. Wie het wapen van de belediging hanteert, verdient de zege niet. Ik persoonlijk ben van mening dat godgeloof gelijk staat aan bewust verkozen domheid maar ik zal iedereen het recht op geloven gunnen. Ik zal dan ook nooit tegen iemand zeggen: jij kiest er bewust voor dom te blijven. Als iemand zijn partner verwijt een lelijke trol te zijn met wat voor iemand hebben we dan te maken? Toch niet met iemand die het recht op vrije meningsuiting heeft verdiend?
Ik kan onbedaarlijk lachen om conferences van Hans Teeuwen maar zouden zijn tirades worden uitgesproken door een niet-cabaretier, dan ontstaat er een geheel andere sfeer! De cabaretier is de hofnar van de gewone burger. Laat hij of zij ons maar een spiegel voorhouden. Ik moet hier wel bij opmerken dat ik de conference van Teeuwen over Astrid Joosten uiterst smakeloos en extreem beledigend vond. Niet bepaald fijnzinnig of subtiel. Ik begreep er ook niets van.  Maar hoe het ook zij, Van den Berg is gauw klaar met beledigen. Opzettelijk beledigen mag van hem. Ik vind het, zeker de ad hominem, een verontrustend signaal van onbeschaving.

Heeft Van den Berg omstandig uitgelegd waarom hij lak heeft aan etiquette, komt hij opeens met tien etiquetteregels voor social media om digitale diarree in te dammen. Opeens ontpopt hij zich als moraalridder! Floris, de beste remedie is social media te mijden. Daar vindt van alles plaats maar niets wat in de verste verte ook maar lijkt op een debat of meningsuitwisseling!

Van een aantal stukjes zie ik de urgentie niet en ze passen ook niet echt in dit boek: odes aan Utrecht en Gent, hippe levenskunst, glamour logica, Camus in Purmerend, een stukje over Iris Hannema, de deugden van martiale levenskunst, yoga, acht hele pagina’s over etiquette godbetert! kom, aan mij is dat alles niet besteed! En een beetje atypisch in dit boek zijn de filosofische arabesken over moderne dans en theater. Van den Berg bezoekt het bekende Spring dance festival in Utrecht en beschrijft de voorstellingen die hij bezocht. Kun je dat filosoferen noemen? Wel leuk om te lezen maar ik kreeg niet het gevoel iets gemist te hebben wat ik echt had moeten zien.

Het laatste deel van dit boek bestaat uit brieven waarbij de reactie van de aangesprokene helaas onvermeld blijft en dat blijft toch de helft van zo’n onderwerp. Van den Berg wil ons vooral zijn zienswijze en zijn redenaties mededelen maar in veel gevallen kennen we die al. Juist daarom is het zo jammer en onterecht dat het weerwoord ontbreekt. De brief aan moslims is natuurlijk paarlen voor de zwijnen. Bijna letterlijk, zou ik zeggen. Zolang de moslimwereld zelf niet opmerkt dat ze er een onvoorstelbare puinhoop van maakt en dat ze totaal niet in staat zijn tot vreedzaam samenleven is er geen enkele hoop op verbetering. Emancipatie van de moslims moet van binnenuit komen. Ik zie het vooralsnog niet gebeuren! Interessant vond ik zijn brieven aan Richard Dawkins en Paul Cliteur. Of zij geantwoord hebben, weten we niet maar hun antwoorden zijn wel relevant.

Van meer dan gemiddeld belang is de laatste brief waarin Van den Berg zich hardop realiseert dat zijn holocaust-argumentatie hem langzaam maar zeker in een hoek dringt. Als je weet van de holocaust, heb je dan niet de morele plicht tot sabotage? Van den Berg realiseert zich dat zijn filippica kan worden opgevat als een uitlokking van geweld tegen het carnisme. Letterlijk schrijft hij dat er alleen pragmatische argumenten zijn om geen sabotage te plegen. En verderop noteert hij: “Als er een moreel momentum zou komen dat er genoeg activisten zijn die bereid zijn de sabotagemiddelen toe te passen zou het in principe kunnen dat de morele ommekeer wordt bespoedigd, net als de suffragettes onder aanvoering van Emmeline Pankhurst”.

Welnu, Van den Berg is niet ingegaan op de vraag waarom hij van filosofische slotbeschouwingen spreekt maar ik denk het antwoord wel te weten: hij stort zich vanaf nu op de buitenparlementaire actie! Dat is de logische uitkomst van zijn denktrant en zijn keuze voor de bijbehorende terminologie. Wie weet heeft van een holocaust mag niet zwijgen en mag handelen zoals zijn geweten hem opdraagt, niet achterwege laten.

Ik zou de schrijver, alvorens hij de daad bij het woord voegt, uit willen nodigen voor een heerlijke whisky te mijnent om eens uitvoerig te discussiëren over tactiek en strategie.

 

Enno Nuy
April 2020